Selecteer een pagina

Het Gerechtshof ’s-Gravenhage heeft
vandaag in hoger beroep de Gouwenaar P. van S. veroordeeld tot een
gevangenisstraf van 18 jaar voor de verkrachting en doodslag op
zijn 20-jarige plaatsgenote Mariëlla de Geus in november 2001.
Het hof acht P. van S. volledig toerekeningsvatbaar. Eerder was een
andere man in deze zaak verdachte, maar die werd tot in hoogste
instantie vrijgesproken.

Tot en met de behandeling bij de rechtbank
heeft de verdachte ontkend de beide feiten te hebben gepleegd. Bij
de behandeling in hoger beroep heeft hij de verkrachting bekend,
maar is hij de doodslag blijven ontkennen. De verdachte heeft
gesteld, dat hij bij de verkrachting is betrapt door een andere
man, dat hij toen is weggevlucht, en dat deze andere man vervolgens
Mariëlla de Geus om het leven heeft gebracht. De raadsman van
de verdachte heeft in dit verband gewezen op de man die eerder in
deze zaak verdachte is geweest, maar die later tot in hoogste
instantie is vrijgesproken.

Volgens het hof is de lezing van de
verdachte onaannemelijk. Een rol daarbij speelt, dat uit technisch
onderzoek is gebleken dat geen enkel spoor gevonden is dat wijst in
de richting van een derde, terwijl van de verdachte wel sporen bij
het slachtoffer zijn aangetroffen.

De verdachte heeft ervoor gekozen niet mee
te werken aan een onderzoek bij het Pieter Baancentrum. Het hof
gaat daarom uit van volledige toerekeningsvatbaarheid.

Rechtbank

Eerder was de verdachte door de Rechtbank
’s-Gravenhage voor de feiten tot dezelfde straf veroordeeld.
Het openbaar ministerie had in hoger beroep een gevangenisstraf van
20 jaar geëist.

Bron: Gerechtshof 's-Gravenhage