Selecteer een pagina

Het Gerechtshof ’s-Gravenhage heeft
in hoger beroep tien jaar gevangenisstraf opgelegd aan A.H. onder
meer voor de poging doodslag en de doodslag in december 2002 op
zijn toen 28 jarige vriendin, in haar woning in
Hendrik-Ido-Ambacht. Uit sectie bleek dat het slachtoffer door
verstikking om het leven is gekomen.

A.H. heeft bekend dat hij het slachtoffer
met een ijzeren staaf tegen het hoofd heeft geslagen en haar
daarna, meer dood dan levend, heeft achtergelaten. A.H. ontkent
zijn vriendin te hebben gedood.

Het hof acht bewezen dat A.H. het
slachtoffer heeft geslagen en haar, niet lang daarna, heeft doen
stikken. Hoe dat laatste precies is gebeurd, is niet komen vast te
staan.

De straf is ook opgelegd voor het feit dat
A.H., in de gevangenis, een medegedetineerde zodanig met een zware
pan op het hoofd heeft geslagen dat deze een grote snee op zijn
hoofd opliep. Het hof kwalificeerde dit als poging doodslag.

De eis in hoger beroep was twaalf jaar. De
rechtbank had voor de feiten dertien jaar en zes maanden
gevangenisstraf opgelegd.

Bron: Gerechtshof 's-Gravenhage