Op donderdag 19 juli 2007 heeft de
rechtbank ’s-Gravenhage uitspraak gedaan in de strafzaak
tegen de 26-jarige Johan S. die verdacht werd van een aantal
verkrachtingen en een poging tot verkrachting. De rechtbank heeft
hem veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaar, met aftrek van
de tijd in voorarrest doorgebracht.

Verdachte heeft op grove wijze zijn
seksuele lusten botgevierd op zijn slachtoffers. Om de kans op
mogelijke weerstand zo klein mogelijk te maken, heeft verdachte
zijn slachtoffers een slaapverwekkend en/of bewusteloos makend
middel toegediend, waardoor zij niet meer in staat waren adequaat
te reageren en zich tegen verdachte te verzetten.

Verdachte heeft het de rechtbank
onmogelijk gemaakt zich een beeld te vormen van zijn
persoonlijkheid doordat hij eerst ter terechtzitting een verklaring
over de feiten heeft willen afleggen, en, belangrijker, van meet af
aan ieder justitieel onderzoek naar zijn geestvermogens heeft
gefrustreerd. Aan het onderzoek van het Pieter Baan Centrum heeft
verdachte niet willen meewerken. Dat verdachte lijdt aan een
stoornis kan niet vastgesteld worden als gevolg van zijn weigering
zich te laten onderzoeken. Daarmee blijft onduidelijk in hoeverre
de feiten aan verdachte kunnen worden toegerekend, en of de kans
bestaat dat verdachte in de toekomst wederom dergelijke feiten zal
plegen.

Vanwege de uitzonderlijke ernst van de
bewezen verklaarde feiten heeft de rechtbank verdachte een
gevangenisstraf van langere duur opgelegd. De rechtbank is er
daarbij van uit gegaan dat de feiten verdachte volledig kunnen
worden toegerekend.

bron:Rechtbank 's-Gravenhage