Door het aanhoudende warme en droge weer nemen het ministerie van Verkeer en Waterstaat en de waterschappen een aantal maatregelen om zoveel mogelijk water beschikbaar te houden om te verdelen en de waterkwaliteit te beschermen.

De afvoer van de Rijn is op dit moment lager dan normaal. Door de aanhoudende droogte en de hoge temperaturen daalt de afvoer naar verwachting de komende tijd nog verder. Ondanks dat het de afgelopen maand nauwelijks geregend heeft, is de afvoer van de Maas niet bijzonder laag. Ook als het de komende maand droog blijft, zijn er voor de Maas geen grote problemen te verwachten. De grondwaterstanden zijn in het algemeen lager dan gemiddeld. De komende periode zullen de meeste grondwaterstanden, als gevolg van aanhoudende droogte en warmte, blijven dalen.

 

De waterschappen zorgen ervoor dat de waterpeilen in de regionale wateren zo hoog mogelijk worden gehouden. Rijkswaterstaat neemt maatregelen om het waterpeil in de grote rivieren en meren te verhogen zodat er een extra buffer voor zoetwater ontstaat.

 

Maatregelen van Rijkswaterstaat:

Het peil van het IJsselmeer wordt verhoogd. Dit gebeurt door minder water af te voeren door de sluizen van de Afsluitdijk.

Stuwen in de Nederrijn en Lek zijn gesloten om de scheepvaart voldoende vaardiepte te bieden. Ook wordt hiermee een goede waterverdeling over de Waal en IJssel bereikt.

Er wordt minder water dan normaal vanuit het Markermeer naar het Noordzeekanaal afgevoerd zodat het Markermeer op peil blijft.

De Haringvlietsluizen zijn nagenoeg gesloten om in het westen van het land water vast te houden.

Het peil in het Volkerak-Zoommeer wordt iets verhoogd door bij de Volkeraksluizen meer water in te laten.

De watertemperaturen van de Rijn bij Lobith en de Maas bij Eijsden zijn de afgelopen week vrij constant gebleven, tussen de 16 en 18 graden. Dat is vrij hoog voor de tijd van het jaar, maar levert verder geen problemen op.

 

Het RIZA, de adviesdienst van Rijkswaterstaat op het gebied van zoetwater, berekent dagelijks de beschikbare afvoer van de Rijn en de Maas. Dit is onder meer van belang voor het bepalen van de diepten voor de scheepvaart. Voorspellingen worden voor enkele dagen vooruit gegeven. Met deze informatie kan de scheepvaart anticiperen op de lage waterstanden, bijvoorbeeld door schepen minder zwaar te beladen. Al eerder heeft Rijkswaterstaat alle stuwen op de grote rivieren op de ‘laagwaterstand’ gezet, om een maximale vaardiepte voor de scheepvaart te creëeren.

 

Op dit moment kan Rijkswaterstaat nog voldoen aan de vraag naar water. De verwachting is dat dit voorlopig zo blijft. Als de vraag naar water groter wordt dan het aanbod, bepaalt Verkeer en Waterstaat in samenwerking met de waterschappen hoe het beschikbare water verdeeld wordt tussen de scheepvaart, landbouw en andere watergebruikers.

 

bron:VenW