2 miljoen kinderen per jaar sterven binnen 24 uur na de geboorte, aldus Save the Children Moederdagrapport. Eenvoudige, goedkope technieken en methoden kunnen de sterfte met 70 procent verminderen. Voor de meeste kinderen in ontwikkelingslanden is de gevaarlijkste dag van hun leven hun geboortedag. Van de meer dan tien miljoen kinderen per jaar die voor hun vijfde levensjaar overlijden, sterft ongeveer één op de vijf - naar schatting twee miljoen baby's - in de eerste 24 uur na de geboorte. Dat staat in het jaarlijkse State of the World's Mothers rapport dat dinsdag is gepubliceerd door Save the Children, 's werelds grootste onafhankelijke kinderrechtenorganisatie. Volgens het rapport sterven nog eens één miljoen baby's tussen dag twee tot zeven. In totaal overlijden vier miljoen baby's gedurende de eerste maand van hun leven.
'De eerste uren, dagen en weken van het leven van een baby zijn cruciaal. Toch krijgt maar een kleine minderheid van de baby's in arme landen de juiste gezondheidszorg gedurende deze enorm kwetsbare periode,' aldus Holke Wierema, directeur van Save the Children Nederland. 'De meest simpele voorzorgen, die in Nederland gemeengoed zijn, kunnen voor deze baby's het verschil maken tussen leven en dood. Goedkope maatregelen zoals het inenten van vrouwen tegen tetanus en vakkundige hulp bij de geboorte kunnen bij wereldwijde toepassing de sterfte onder pasgeborenen met 70 procent verminderen.'
De meeste sterfgevallen onder pasgeborenen zijn het gevolg van eenvoudig te voorkomen of behandelen oorzaken, zoals infecties, complicaties bij de geboorte en laag geboortegewicht. 'Sterfte onder pasgeborenen is een van 's werelds meest veronachtzaamde gezondheidsproblemen,' zegt Wierema. 'Hoewel er in de afgelopen jaren goede resultaten zijn behaald bij het verminderen van sterfte onder kinderen tot vijf jaar, hebben we weinig vooruitgang geboekt in het verlagen van de sterftecijfers voor baby's gedurende hun eerste levensmaand. Sterker nog, sterfte onder pasgeborenen is zo gewoon in de meeste ontwikkelingslanden, dat ouders hun baby pas een naam geven als het een week tot drie maanden oud is.'
Bevindingen:
Over het geheel genomen is sub-Sahara Afrika de regio met de hoogste sterftecijfers onder pasgeborenen. Daar is één op de vijf moeders tenminste één baby bij de geboorte verloren, aldus het rapport. De geïndustrialiseerde wereld, inclusief Nederland, is slechts verantwoordelijk voor één procent van alle overleden pasgeborenen wereldwijd. Niet alle ontwikkelingslanden scoren slecht. Vietnam bijvoorbeeld heeft een bruto nationaal product per inwoner van minder dan 2.400 euro, maar is er toch in geslaagd het sterftecijfer onder pasgeborenen relatief laag te houden door moeders voor en tijdens de geboorte goede begeleiding te bieden. In Vietnam gebruikt meer dan de helft van de vrouwen moderne anticonceptiemiddelen en krijgen vrijwel alle zwangere vrouwen prenatale zorg en hulp van een vakkundige begeleider bij de geboorte. Maar in Angola, dat vrijwel hetzelfde bruto nationaal product per inwoner heeft als Vietnam, ligt het sterftecijfer meer dan vier keer hoger - vijf doden per 100 geboortes.In Angola gebruikt slechts vijf procent van de vrouwen moderne anticonceptiemiddelen, heeft meer dan de helft van de bevolking geen toegang tot gezondheidszorg, en wordt meer dan de helft van de baby's geboren zonder vakkundige hulp.Voorbij de cijfers doet het rapport ook verslag van hoe gemeenschappen in ontwikkelingslanden samenwerken om de sterfte onder pasgeborenen te verminderen. In Mali bijvoorbeeld, werden grootmoeders, die bijzonder gerespecteerd en invloedrijk zijn in familiezaken, opgeleid om eenvoudige handelingen te verrichten om de gezondheid van moeder en baby te beschermen. Als resultaat daarvan is in de bereikte gebieden het aantal moeders dat uitsluitend borstvoeding gaf tijdens de eerste drie dagen gestegen met 27 procent, en is het aantal moeders waarvan de baby zuigelingenzorg kreeg gestegen met 17 procent.
Aanbevelingen:
Om gelijksoortige levensreddende resultaten te bereiken in andere ontwikkelingslanden, geeft het rapport van Save the Children de volgende aanbevelingen:
- Investeer meer om ervoor te zorgen dat meisjes en jonge vrouwen in arme landen betere toegang hebben tot onderwijs, goede voeding en moderne anticonceptiemiddelen.
- Bied goedkope, eenvoudige levensreddende oplossingen aan moeders en baby's gedurende de zwangerschap, bij de geboorte en direct daarna. Deze maatregelen omvatten tetanusinjecties, vakkundige begeleiding bij de geboorte, snelle behandeling van infecties bij pasgeborenen en voorlichting over hygiëne, warmte en borstvoeding voor zuigelingen.
- Breid de beschikbaarheid uit van kwalitatief goede gezondheidszorg voor moeders en baby's na de geboorte.
Het rapport roept overheden op om hun politieke en financiële steun te vergroten voor deze bewezen oplossingen die de levens van moeders en baby's redden. Naast de speciale focus op pasgeborenen en moeders, bevat het rapport ook Save the Children's  zevende jaarlijkse Moederindex, die inzicht geeft in wat de beste - en slechtste - landen zijn om moeder en kind te zijn, door te kijken naar het welzijn van moeders en kinderen in 125 landen. Voor het zevende jaar op rij voeren Scandinavische landen de lijst aan. Nederland staat op de zevende plaats. Niger is laatste.
bron: Save the Children