Aangiften tegen Rotterdamse driehoek geseponeerd



De hoofdofficier van justitie in Den Haag
heeft besloten de aangiften van 87 personen tegen de Rotterdamse
driehoek (burgemeester, hoofdofficier en korpschef) wegens
wederrechtelijke vrijheidsberoving te seponeren. Onderzoek heeft
aangetoond dat de aanhoudingen na afloop van de voetbalwedstrijd op
23 april vorig jaar niet onrechtmatig waren. Ook is niet gebleken
dat de aangehouden verdachten na hun aanhouding onrechtmatig zouden
zijn behandeld. Er is daarom geen sprake van strafbare feiten
gepleegd door leden van de Rotterdamse driehoek.

Rechtmatigheid van de aanhoudingen

Na afloop van de voetbal wedstrijd
Feyenoord-Ajax op 23 april 2006 hield de politie na ongeregeldheden
799 personen aan. Naast de aanhouding van enkele individuele
personen tijdens en kort na de wedstrijd zijn op het terrein van
voetbalvereniging DHZ en het Stadionviaduct grote groepen personen
aangehouden. Gelet op de grote dreiging die van beide groepen
uitging, het feit dat de voetbalwedstrijd bijna ten einde was en de
vrees bestond dat niet ingrijpen zou leiden tot grote openbare
ordeverstoringen, werd besloten op beide locaties alle personen aan
te houden. De aanhoudingen vonden plaats op grond van artikel 184
Wetboek van Strafrecht (het niet voldoen aan een ambtelijke
vordering) en artikel 2.1.1 APV Rotterdam (verbod op
samenscholing). Gebleken is dat op beide locaties in de richting
van politieambtenaren zeer provocatief gedrag werd vertoond.
Agenten werden beledigd, er werden stenen en vuurwerk in hun
richting gegooid en er werd ingegaan tegen charges van de Mobiele
Eenheid en de Bereden Politie. Deze aanhoudingen zijn rechtmatig
geweest omdat er op dat moment een redelijk vermoeden van schuld
voor genoemde wetsartikelen aanwezig was.

Achteraf heeft het Rotterdamse OM besloten
de meeste zaken te seponeren. Dit was omdat niet voldoende zeker
kon worden vastgesteld dat op het Stadionvidaduct iedereen wist dat
de politie bevel had gegeven dat men zich moest verwijderen. Ook
bleek achteraf dat er mogelijk onschuldige personen zaten tussen de
aangehouden personen op het DHZ terrein. Deze constateringen doen
echter niet af aan de rechtmatigheid van de aanhoudingen.

Rechtmatigheid van de behandeling van
verdachten

Vanwege de grote hoeveelheid aangehouden
personen heeft de politie besloten meerdere locaties in te richten
voor het verhoren van de aangehouden verdachten. Om de arrestanten
over de verschillende locaties te verdelen en de
‘afhandeltermijn’ zo kort mogelijk te houden, zijn ze
per bus van de ene locatie naar de andere verplaatst. De eerste
aanhoudingen vonden rond 14.15 uur plaats. In individuele gevallen
kan er een aantal uren verstreken zijn voor mensen op de
definitieve plaats van verhoor aankwamen. Alle verdachten zijn
echter vóór 01.00 uur heengezonden. Gelet op de
grote, plotseling ontstane toevoer van arrestanten is deze tijd te
billijken. Hierbij speelt ook mee dat gebleken is dat -naar
vermogen- gezorgd is voor eten, drinken en sanitaire voorzieningen
voor de arrestanten. Ook is onder de aangehouden personen
geprobeerd om minderjarigen en mensen met kinderen met voorrang af
te handelen. De conclusie is dat de behandeling van de arrestanten
-gegeven deze omstandigheden- rechtmatig is geweest.

bron:OM



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: