Aangifteplicht moet meisjesbesnijdenis verminderen



Uit onderzoek in opdracht van de Commissie Bestrijding Vrouwelijke
Genitale Verminking
(VGV) in Amsterdam en Tilburg blijkt dat er
jaarlijks tenminste 50 meisjes die in Nederland wonen, besneden worden.
Het onderzoek is in Amsterdam en Tilburg uitgevoerd, omdat daar veel
mensen wonen die afkomstig zijn uit landen waar besnijdenis van meisjes
gebruikelijk is. Bovendien blijkt dat het verbod op besnijdenis in alle
vormen niet goed wordt begrepen. De commissie VGV stelt een aantal
maatregelen voor om aan de ene kant de signalering van
meisjesbesnijdenis te verbeteren, en aan de andere kant vervolging
ervan beter mogelijk te maken.

De Tweede Kamer wilde een verplichte jaarlijkse controle van meisjes uit risicogroepen. De minister heeft de commissie
gevraagd om dit voorstel op haalbaarheid en effectiviteit te
beoordelen. De commissie komt echter tot de conclusie dat een
verplichte controle juridisch niet haalbaar is. Dit komt omdat de
overheid geen bevoegdheid heeft om burgers te verplichten tot deelname
aan lichamelijk onderzoek om zo eventueel meisjesbesnijdenis te
constateren. De gemeente Amsterdam onderschrijft het standpunt van de
commissie. De commissie VGV komt wel met maatregelen voor een betere
signalering en vervolging.

Signalering en vervolging
Om de signalering te verbeteren moet de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) voor
álle kinderen versterkt worden. Daarnaast moeten alle kinderen in
Nederland ook na hun contacten met het consultatiebureau een aantal
keren een lichamelijk onderzoek krijgen aangeboden om zo onder andere
meisjesbesnijdenis te constateren. Deskundigheid bij de zorgverleners
is daarbij wel een voorwaarde. Als kinderen niet op deze
gezondheidsonderzoeken verschijnen, kan de JGZ de ouders benaderen en
bij bepaalde vermoedens aangifte doen bij het Advies en Meldpunt
Kindermishandeling (AMK). Het AMK kan dan onderzoek doen en bij een
gerede, op de persoon gerichte verdenking, aangifte doen bij het
Openbaar Ministerie.

Op dit moment kunnen de zorgverleners en AMK's zelf beslissen of ze
melding of aangifte doen. Van meisjesbesnijdenis komen er nooit
meldingen binnen. Als het al geconstateerd wordt, wordt er vaak voor
gekozen geen actie in strafrechtelijke zin te ondernemen, om de
gezinssituatie niet te verstoren. De commissie VGV adviseert om
meldplicht in te stellen voor alle artsen en medische hulpverleners bij
vermoedens van meisjesbesnijdenis, en daarnaast bij andere vormen van
mishandeling. AMK's moeten voor die gevallen aangifteplicht krijgen.
Ook wil de commissie de kennis en de bereidheid om te melden vergroten,
vooral bij onderwijzend personeel. Vervolging komt daarna. Om er voor
te zorgen dat vervolging
ook echt kan plaatsvinden, moet de verjaringstermijn ingaan op de
achttiende verjaardag van het slachtoffer, en niet, zoals nu, op het
moment van het misdrijf.

Handhaving
De commissie vindt ook dat meisjesbesnijdenis als gekwalificeerde vorm van mishandeling strafbaar
moet worden gesteld. Dit kan door een toevoeging aan het betreffende
wetsartikel. Dit voorkomt dat ouders een beroep kunnen doen op het
rechtdwalingsrecht, door te zeggen dat zij het gebruik op geen enkele
manier met mishandeling associëren. Hierdoor kan het wettelijke verbod
beter worden gehandhaafd.

Voorlichting
Ook door voorlichting kan meisjesbesnijdenis
worden tegengegaan. Zo blijkt voorlichting over gezondheidsschade na
besnijdenis effectief te zijn. De voorlichting wordt bij voorkeur
landelijk gecoördineerd, maar lokaal uitgevoerd. De inzet en
samenwerking van sleutelfiguren en organisaties uit de eigen
gemeenschap zijn hierbij cruciaal.

Bron: Gemeente Amsterdam - Lisa Neves Gonçalves



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: