Mensen die een aanvraag indienen voor bijstand krijgen straks om de vier weken een voorschot gestort zolang het recht op uitkering nog niet helemaal door de gemeente is vastgesteld. De hoogte van dit voorschot bedraagt minimaal 90 procent van de bijstandsuitkering. Dat staat in een wetsvoorstel van staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat vandaag bij de Tweede Kamer is ingediend. Nu mag de gemeente na  de aanvraag nog zelf bepalen om al dan niet een voorschot te verstrekken tijdens de wettelijke afhandelingstermijn van  maximaal acht weken.

Door bijstandsaanvragers recht te geven op een voorschot, wordt voorkomen dat ze een periode geen inkomsten hebben. Ze kunnen daardoor makkelijker hun eerste levensbehoeften blijven betalen zoals voedsel, kleding en huisvesting. Dat is voor deze kwetsbare groep extra belangrijk omdat betalingsachterstanden al snel kunnen leiden tot structurele financiële problemen.

Het voorschot is een renteloze lening. Zodra de gemeente heeft vastgesteld dat de aanvrager recht heeft op bijstand, stopt het verstrekken van voorschotten en gaat de bijstandsuitkering in met reguliere maandelijkse betalingen. Als blijkt dat de aanvrager geen recht heeft op bijstand, moet hij de voorschotten terugbetalen. Ook als achteraf blijkt dat het voorschot te hoog was, moet de bijstandsgerechtigde het teveel ontvangen bedrag terugbetalen.
 
bron:SZW