AD in de fout met berichtgeving over Marokkaanse jongeren



Volgens de Raad voor de Journalistiek heeft het Algemeen Dagblad ten onrechte de indruk gewekt dat een groep Marokkaanse jongeren zich tijdens een bezoek aan Westerbork misdroeg. Uit de manier waarop andere media over het bezoek aan Westerbork hebben bericht, is de conclusie gerechtvaardigd dat verweerder een aantal incidenten zodanig heeft uitvergroot en benadrukt dat hij daardoor een vertekend en ten onrechte negatief beeld van de jongeren heeft geschetst'', oordeelt de Raad.

Op de voorpagina van het Algemeen Dagblad is een foto gepubliceerd van jongeren die een bezoek brengen aan kamp Westerbork, voorzien van de kop "Handvol Marokkanen verpest bezoek Westerbork". In het onderschrift in onder meer vermeld dat De berichtgeving is vervolgd onder de kop "Besmuikt gelach om overlevende Westerbork".
De Raad stelt voorop dat het bezoek dat door een grote groep jongeren van niet-Nederlandse afkomst aan kamp Westerbork is gebracht, een belangrijke historische gebeurtenis is. Het is begrijpelijk dat veel media daarvan verslag hebben gedaan.
Vervolgens overweegt de Raad dat in de berichtgeving het gedrag van (een aantal van) de door klaagster begeleide jongeren (ENIP-jongeren) onder meer is gekwalificeerd met de termen ´verpest bezoek' en ´een smet geworpen'. Het gedrag van de ENIP-jongeren is voorts afgezet tegen dat van de ´grote meerderheid' die, volgens het artikel, ´met eerbied en respect over de velden loopt en luistert naar de verhalen van de voormalige kampbewoners'.

Daarnaast bevat de berichtgeving een foto waarop een aantal ENIP-jongeren is te zien met over hun hoofd getrokken capuchons. Volgens de Raad laat de vormgeving van de gewraakte berichtgeving de lezer weinig ruimte voor een andere conclusie dan dat de ENIP-jongeren zich tijdens hun bezoek aan kamp Westerbork ernstig hebben misdragen en niet hebben willen luisteren naar de verhalen van de voormalige kampbewoners. Aldus worden de ENIP-jongeren zodanig gediskwalificeerd, dat verweerder de negatieve, grievende kwalificaties aan hun adres - die hij als vaststaande feiten heeft gepresenteerd - niet zonder deugdelijke grondslag had mogen publiceren. Niet is gebleken dat de aan het adres van ENIP-jongeren geuite diskwalificaties door de feiten worden ondersteund. Integendeel, mede gelet op de wijze waarop in andere media over het bezoek aan Westerbork is bericht, is de conclusie gerechtvaardigd dat verweerder een aantal incidenten zodanig heeft uitvergroot en benadrukt, dat hij daardoor een vertekend en ten onrechte negatief beeld van de ENIP-jongeren heeft geschetst. Verweerder heeft daarmee grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

bron:LBR



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: