De politieman die betrokken was bij het
schietincident op 24 juli 2006 in Hengelo, waarbij een 18-jarige
jongen zwaar gewond raakte, zal niet strafrechtelijk worden
vervolgd. Ook de jongen, die de betrokken politieman en andere
agenten bedreigde met een mes, zal niet worden vervolgd. Het OM
heeft de betrokken politiemensen en de familie van de jongen
gisteren geïnformeerd over beide besluiten.

Naar aanleiding van het gebeurde heeft het
OM besloten een onderzoek in te stellen naar het handelen van de
betreffende agent. Dit gebeurt standaard bij schietincidenten waar
agenten bij betrokken zijn. Met behulp van de uitkomsten van een
onderzoek door de Rijksrecherche heeft de officier van justitie
besloten de betrokken agent niet strafrechtelijk te vervolgen. De
hoofdofficier van justitie heeft, volgens de standaard procedure
bij schietincidenten met politieagenten, zijn voorgenomen besluit
om niet tot strafrechtelijke vervolging over te gaan, voorgelegd
aan de Adviescommissie politieel vuurwapengebruik. De commissie
steunt het voorgenomen besluit van de hoofdofficier om te
seponeren, dus is hiermee het besluit definitief.

Reden voor het Openbaar Ministerie Almelo
om niet tot strafrechtelijke vervolging over te gaan is dat hier
sprake is geweest van een noodweersituatie. De agent stond er op
dat moment alleen voor, in een onoverzichtelijke situatie: het was
een donker, onoverzichtelijk terrein met hoog gras en zijn
collega’s moesten op afstand blijven vanwege de inzet van de
politiehond. Eerdere interventies hadden geen effect gehad. Gelet
op de aanhoudende dreiging van de jongen met het mes was er geen
tijd voor een andere oplossing. Door die situatie heeft hij moeten
kiezen voor een oplossing die niemand wil.

De neergeschoten jongen zal ook niet
strafrechtelijk worden vervolgd vanwege de gevolgen die het
incident voor hem hebben gehad. Hij was op dat moment in verwarde
toestand, er was geen vat op hem te krijgen. Op dit moment gaat het
langzaam beter met hem. Hij zal nog lange tijd moeten
revalideren.

Beschrijving incident

Op 24 juli 2006 ’s ochtends om half
vier belt de verdachte aan bij een woning aan de Dinant
Dijkhuisstraat. De bewoonster ziet een jongen voor de deur die ze
niet kent en besluit de politie te bellen. Op het moment dat twee
politieagenten arriveren, zien zij de jongen tegen een boom zitten
aan de Hasselerbaan. Als een politieagent vraagt wat hij daar doet,
springt hij op en komt schreeuwend en zwaaiend met een stok op de
agent af. De jongen maakt vechtbewegingen met de stok en blijft in
de richting van de agent lopen. De agenten spuiten beiden
pepperspray in het gezicht van de jongen. De jongen reageert hier
niet op en gaat door met zijn agressieve bewegingen en pakt een mes
achter zijn riem vandaan. De agenten gaan terug naar hun dienstauto
en vragen via de mobilofoon om assistentie.

Deze melding wordt opgevangen door een
hondengeleider van de politie die op dat moment in de buurt is. De
hondengeleider arriveert enkele ogenblikken later en treft de
jongen op de grond aan. De hondengeleider zegt tegen de jongen dat
hij zich moet overgeven aan de politie, omdat anders de hond
ingezet zal worden. De jongen springt vervolgens op en komt wild
zwaaiend met het mes in zijn handen op de hondengeleider af. De
politiehond wordt ingezet, maar ook deze slaagt er niet in de
jongen tot staan te brengen; hij blijft al zwaaiend met het mes op
de hondengeleider afkomen. Later blijkt dat de hond gestoken is.
Uiteindelijk waarschuwt de hondengeleider dat hij zal schieten als
de jongen het mes niet laat vallen en niet blijft staan. Als de
jongen toch doorgaat, schiet de hondengeleider in totaal vier keer.
De hondengeleider heeft met korte tussenpozen geschoten en tijdens
die tussenpozen telkens gewaarschuwd. Pas bij het laatste schot
zakt de jongen in elkaar. Uiteindelijk blijkt dat hij in de buik en
de lies is geraakt.

bron:OM