AOW'ers die samenwonen omdat een van hen verzorging nodig heeft, worden niet langer gekort op hun uitkering. Voorwaarde is wel dat ze ieder over een eigen woning beschikken. Dit staat in een wetsvoorstel van staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat vandaag bij de Tweede Kamer is ingediend.

Alleenstaande AOW'ers ontvangen een uitkering van 70 procent van het minimumloon. Samenwonenden krijgen per persoon minder, namelijk de helft van het minimumloon. Tot nu toe worden ook mensen die bij elkaar wonen, uitsluitend omdat één van hen door de ander verzorgd moet worden, als samenwonend beschouwd en krijgen zij dus een lagere uitkering.

Mensen die vanwege een zorgrelatie bij elkaar zijn, houden voortaan onder bepaalde voorwaarden ieder afzonderlijk recht op de hogere AOW voor alleenstaanden. Ook ongehuwde AOW'ers met een kind onder de 18 jaar worden niet meer gekort als zij voor iemand gaan zorgen of verzorgd worden. De regeling geldt als zorg wordt verleend aan iemand die door ziekte of lichamelijke, verstandelijke of geestelijke stoornissen niet meer voor zichzelf kan zorgen. De Sociale Verzekeringsbank, die de AOW uitvoert, beoordeelt of mensen onder de regeling vallen.

Het kabinet speelt met dit voorstel in op de behoefte van ouderen om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen. De maatregel gaat in als de Tweede en Eerste Kamer akkoord zijn en krijgt terugwerkende kracht tot 4 april van dit jaar. Op die dag heeft staatssecretaris Van Hoof de Tweede Kamer geïnformeerd over zijn voornemen. De verruiming van de AOW kost jaarlijks maximaal 2,7 miljoen euro.

bron:SZW