Het is voor asielmigranten moeilijker geworden een baan te vinden. Van de mannelijke asielmigranten die in 1999 naar Nederland zijn gekomen, had in 2003 ongeveer 30 procent werk. Van de asielmigranten die in 1995 naar Nederland kwamen, was dit na vier jaar 40 procent.

erslechterde arbeidsmarkt treft ook asielmigrant
De lagere arbeidsdeelname van meer recente immigranten hangt samen met de minder gunstige situatie op de arbeidsmarkt. Ook de asielmigranten die al langer in Nederland wonen hebben de laatste jaren moeite met het vinden van een baan. In 2003 had ruim de helft van de mannelijke en eenderde van de vrouwelijke asielmigranten uit 1995 werk. Deze percentages zijn sinds 2000 vrijwel constant.

Minder vaak afhankelijk van een uitkering
De uitkeringsafhankelijkheid laat voor recentere asielmigranten juist een iets gunstiger beeld zien dan voor migranten die al langer in Nederland wonen. Van de mannelijke asielmigranten die zich in 1995 in Nederland vestigden, was na vier jaar bijna 35 procent aangewezen op een uitkering, meestal de bijstand. Voor asielmigranten die in 1999 naar Nederland kwamen, was dit na vier jaar 30 procent. Deze ontwikkeling kan deels te maken hebben met een andere statusverlening aan asielzoekers.

Gezinsmigranten beter af op arbeidsmarkt
Gezinsherenigers en (vooral) gezinsvormers weten eerder een plek op de Nederlandse arbeidsmarkt te verwerven dan asielmigranten. Dit hangt voor een deel samen met de lange duur van asielprocedures en met het gegeven dat asielzoekers maar beperkt mogen werken zolang zij geen verblijfsstatus hebben. Tot 1998 mocht dit zelfs helemaal niet.

Asielmigranten lopen op den duur achterstand in
De achterstand op de arbeidsmarkt van asielmigranten ten opzichte van de gezinsherenigers wordt na verloop van tijd wel kleiner. De achterstand ten opzichte van gezinsvormende immigranten blijft evenwel groot. Van de mannelijke gezinsvormers die in 1995 naar Nederland kwamen had na een paar jaar ruim 70 procent een baan.

bron:CBS