De rechtbank Zutphen heeft bij vonnis van vandaag de 55-jarige P.B.L.K. veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar. De rechtbank acht bewezen dat K. leiding heeft gegeven aan oplichting door een aantal van zijn rechtspersonen, waaronder Eco Brasil BV, waarbij een groot aantal personen die meenden te hebben belegd in tropisch hardhout, zijn benadeeld.

In haar vonnis komt de rechtbank tot de conclusie dat de vennootschappen in het geheel geen teakhoutplantages hebben geëxploiteerd. Naast oplichting van de in de bewezenverklaring genoemde personen, acht de rechtbank K. ook verantwoordelijk voor overtreding van de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht effectenverkeer 1995 en voor het deelnemen aan een criminele organisatie. In de tijd dat K. deelnam aan de criminele organisatie is ruim € 34 miljoen aan het publiek onttrokken. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de gevangenisstraf onder meer gelet op de nadelige financiële gevolgen voor de beleggers; velen van hen belegden voor € 50.000,- of meer. Verder heeft de rechtbank zwaar laten wegen, dat verdachte na de verkoop van Eco Brasil BV met een andere BV is doorgegaan met het aantrekken van geld van investeerders, alsmede dat hij op geen enkele wijze tot uiting heeft gebracht het strafwaardige van zijn handelen in te zien.

Faillissement
Nu de verdachte is gefailleerd, brengt de Faillissementswet mee dat de gedupeerden hun vorderingen, die in totaal ongeveer € 2 miljoen bedragen, bij de faillissementscurator moeten indienen. De rechter in de strafzaak heeft dan niet meer de mogelijkheid zich over die vorderingen te buigen. De rechtbank heeft eveneens vanwege het faillissement besloten de door de officier van justitie gevorderde schadevergoedingsmaatregelen niet op te leggen. Hierbij heeft ook nog een rol gespeeld dat, zoals de rechtbank bekend is, er veel meer benadeelden zijn die zich niet in de strafzaak hebben gevoegd.

Bron: Rechtbank Zutphen