De wijze waarop de procedures bij ingrepen
in natuurgebieden worden doorlopen biedt natuurgebieden onvoldoende
bescherming tegen aantasting; projecten ondervinden hooguit enige
vertraging. Dat betekent dat natuur wordt aangetast waar dat had
kunnen en moeten worden vermeden. Als een ruimtelijke ingreep al
wordt toegestaan, moet schade aan de natuur worden gecompenseerd.
Bij de door de Algemene Rekenkamer onderzochte projecten voerden
initiatiefnemers de verplichte compensaties niet of slechts
gedeeltelijk uit. Daarbij negeerden ze ook verplichte
schadebeperkende maatregelen. Dit staat in het rapport Bescherming
van natuurgebieden dat de Algemene Rekenkamer vandaag
publiceert.

Natuurbescherming

Er zijn drie soorten beschermde
natuurgebieden:de ecologische hoofdstructuur (EHS), de Natura-2000
gebieden en de beschermde natuurmonumenten. Het uitgangspunt van
het natuurbeschermingsbeleid is dat ingrepen in natuurgebieden niet
zijn toegestaan als ze de natuur beschadigen. Uitsluitend als er
geen alternatieven voor een ingreep zijn en het maatschappelijk/
openbaar belang ervan groot is zijn geldt een uitzondering. Dit
wordt aangeduid als het 'nee, tenzij'-regime. De natuurschade bij
ingrepen moet zoveel mogelijk worden beperkt. De resterende
natuurschade moet worden gecompenseerd met gelijkwaardige natuur.
Dit is het zogenaamde compensatiebeginsel. Provincies werken het
rijksbeleid voor natuurbescherming verder uit en gemeenten en
inititatiefnemers, zoals bedrijven en projectontwikkelaars, voeren
het beleid daadwerkelijk uit.

Toepassing 'nee, tenzij'-regime
onvoldoende nageleefd

Bij ingrepen in natuurgebieden moet de
initiatiefnemer van een project de relevante ecologische gevolgen
bepalen. Uit het onderzoek blijkt dat er op lokaal niveau vaak
onvoldoende ecologische expertise aanwezig is. Ook ontbreekt het
aan voldoende kennis van het natuurbeschermingsbeleid. Het
vaststellen van de schade aan de natuur leidt regelmatig tot
meningsverschillen, hetgeen niet zelden ontstaat door de open
normen in de wet- en regelgeving.

Alternatieve locaties worden beperkt
overwogen. Initiatiefnemers hebben vaak min of meer al een locatie
vastgelegd. In bestuurlijke overeenkomsten veelal op gemeentelijke
niveau is bijvoorbeeld al bepaald waar een woonwijk of
bedrijventerrein komt. Ook wordt niet nagegaan of op een andere
manier invulling kan worden gegeven aan gewenste doelen. Er valt in
de praktijk het nodige af te dingen op de onderbouwing van geplande
ruimtelijke projecten: belangenafwegingen vinden niet expliciet
plaats en een heldere argumentatie ontbreekt. Een verklaring
hiervoor is dat de wetgever er voor heeft gekozen om de termen,
zoals 'groot openbaar belang'niet nader te omschrijven. Hierdoor
ontstaat ruimte voor

maatwerk op decentraal niveau. Dit geeft
echter ook ruimte voor bezwaar- en

beroepprocedures. Dat betekent meestal
vertraging en uitstel, maar zelden of nooit

afstel.

Compensatiebeginsel slechts gedeeltelijk
ingevuld

Gemeenten en initiatiefnemers uit de
onderzochte projecten zijn vaak niet goed bekend met de
verplichting tot schadebeperking bij een ingreep en houden er
onvoldoende rekening mee. In een aantal gevallen blijft de
compensatie achterwege of wordt deze slechts gedeeltelijk
uitgevoerd. Geschikte locaties voor compensatie zijn vaak schaars
en dus duur. Bovendien is er nauwelijks toezicht op het goed
uitvoeren van het compensatiebeginsel en zijn er meestal geen
sancties aan verbonden. De verplichting om beschadigde natuur te
compenseren met natuur van gelijkwaardige kwaliteit, vereist een
goed beheer, maar dit is bij unieke natuurgebieden praktisch
onmogelijk.

Handhaving en voorlichting verbeteren,
toezicht verscherpen

De Algemene Rekenkamer vindt dat het
toezicht op de uitvoering van het

natuurbeschermingsbeleid scherper moet.
Daarvoor zijn een goed registratiesysteem van ruimtelijke ingrepen
in de natuur en betere handhavingsinstrumenten voor gemeenten
gewenst. De VROM-Inspectie zou het compensatiebeleid kunnen toetsen
in haar regulier gemeenteonderzoek. Daarnaast zou de ecologische
kennis en expertise op lokaal niveau moeten worden verbeterd door
bijvoorbeeld training en voorlichting. De minister van LNV heeft
mede namens de minister van VROM gereageerd op het rapport. Ze
geeft aan dat veel verbeteringen al in gang zijn gezet. Ze wijst
daarbij naar de 'Spelregels EHS', waarin ze samen met provincies
en gemeenten het beschermingsbeleid heeft uitgewerkt. Daarmee vindt
ze het voorkomen van aantasting van natuur voldoende verankerd en
acht ze verscherpte toezicht niet nodig. De Algemene Rekenkamer
vindt dat naast spelregels ook verbeterd toezicht op de
daadwerkelijke uitvoering een meer prominente rol moet spelen.

bron:De Algemene Rekenkamer