Bereiken Lissabon-doelstellingen levert veel extra groei op



De economie van de Europese Unie kan met 12 tot 23 procent extra groeien als de lidstaten er in slagen de Lissabon-doelstellingen in 2010 te halen. De politieke leiders hebben deze doelstellingen vijf jaar geleden afgesproken om de productiviteit en het concurrentievermogen van de Europese economie te bevorderen. Deze conclusie trekken de onderzoekers George Gelauff en Arjan Lejour van het Centraal Planbureau (CPB) in het vandaag verschenen CPB Document  Five Lisbon highlights: the economic impact of reaching these targets.

Het onderzoek is uitgevoerd voor het Directoraat Generaal Ondernemingen & Industrie van de Europese Commissie. Het rapport is vandaag door het DG beschikbaar gesteld op  Eropa.eu.int/comm/enterprise/enterprise:policy/competitiveness/index en.htm.
De onderzochte doelstellingen
De CPB-studie onderzoekt de economische effecten van het bereiken van de doestellingen in vijf van de meest belangrijkste Lissabon beleidsterreinen, te weten:
- groei van de werkgelegenheid tot 70 procent van de beroepsbevolking,
- toename van het menselijk kapitaal door middel van specifieke onderwijsmaatregelen en scholing van werknemers,
- verhoging van de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling (O&O ofwel R&D) tot drie procent van het bruto binnenlands product (BBP),
- verlaging van de administratieve lasten met 25 procent,
- openen van de dienstenmarkten (dienstenrichtlijn).
Effecten van meer werkgelegenheid en hogere onderzoeksuitgaven
Vooral toename van de werkgelegenheid en verhoging van de onderzoeksuitgaven kunnen een groot effect op het BBP hebben. In 2004 werkte 64 procent van de Europese beroepsbevolking. Dit betekent dat de werkgelegenheid met zo n tien procent moet stijgen om aan de doelstelling te voldoen. De Europese economie kan hierdoor met 6 procent tot 9 procent extra groeien. Deze toename is minder dan die van de werkgelegenheid omdat de productiviteit van de extra werknemers beneden het gemiddelde ligt. De uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling zijn nu gemiddeld nog geen twee procent van het BBP. De doelstelling van drie procent vereist een forse verhoging van deze uitgaven. Omdat het rendement van onderzoeksuitgaven hoog is, kan dit over ongeveer twee decennia leiden tot een extra groei van de Europese economie met 4 tot 12 procent. De grote bandbreedte in uitkomsten weerspiegelt de onzekerheid over het rendement van onderzoeksuitgaven.
Effecten overige doelstellingen
Een toename van scholing en opleiding heeft pas op de lange termijn een substantieel effect. Dit beleid verbetert immers vooral de vaardigheden van de nieuwkomers op de arbeidsmarkt en het duurt decennia voordat deze nieuwkomers een groot gedeelte van de beroepsbevolking vormen. De effecten van de dienstenrichtlijn en de verlaging van de administratieve lasten op het BBP zijn meer bescheiden, maar dragen wel in positieve zin bij.
Indicatie van economische potentie Lissabon-doelstellingen
Centraal in de analyse van het CPB staan de omvang van de economische effecten per lidstaat als de EU de doelstellingen zou weten te realiseren en de gevolgen daarvan voor de internationale handel. Om een totaaloverzicht te krijgen voor de hele EU zijn de effecten per lidstaat vervolgens opgeteld. De haalbaarheid van de Lissabon-doelstellingen zelf is niet onderzocht. Ook hebben de onderzoekers geen volledig overzicht kunnen geven van alle kosten van de beleidsinstrumenten die nodig zijn om de doelstellingen te realiseren. Daarnaast zijn de effecten van de Lissabon-doelstellingen op bijvoorbeeld vrije tijd en inkomensverdeling niet meegenomen. Ondanks deze beperkingen geeft het onderzoek een goed beeld van de economische potentie van de Lissabon-doelstellingen.
bron:CPB



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: