Bewijslast bij klacht over (seksuele) intimidatie verschuift naar beschuldigde partij



In de toekomst zal het voldoende zijn dat een werknemer met een klacht
van (seksueel) intimiderend gedrag deze beschuldiging aannemelijk
maakt. De beschuldigde zal dan moeten bewijzen dat de klacht niet juist
is. Dit vloeit voort uit het voorstel het verbod op intimidatie en
seksuele intimidatie op te nemen in de Wet gelijke behandeling van
mannen en vrouwen. Deze wet kent een andere verdeling van de bewijslast
dan het strafrecht. In het strafrecht moet degene die iemand
beschuldigt bewijzen dat de aantijgingen waar zijn.

De ministerraad heeft dit besloten op voorstel van minister De Geus van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, minister Donner van Justitie,
minister Van der Hoeven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en
minister Pechtold voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties.
De wijziging van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen is
het gevolg van het overnemen van een Europese richtlijn op het terrein
van discriminatie op grond van geslacht. Door deze
anti-discriminatierichtlijn wordt iemand die een beroep doet op het
discriminatieverbod beter beschermd.

De ministerraad heeft ermee ingestemd dat het wetsvoorstel voor advies
aan de Raad van State zal worden gezonden. De tekst van het
wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden pas
openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Bron: Ministerie van Algemene Zaken



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: