Gemeenten hebben meer duidelijkheid
gekregen over het geld dat zij dit jaar kunnen besteden aan het
uitbetalen van de bijstandsuitkeringen. Staatssecretaris Aboutaleb
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de bijgestelde verdeling
van het landelijke bijstandsbudget over de gemeenten in 2007
bekendgemaakt (in november 2006 zijn de budgetten al voorlopig
vastgesteld). In september volgt de definitieve vaststelling. Die
zal naar verwachting niet erg afwijken van voorlopige
vaststelling.

Het landelijke budget voor de bijstand
wordt zo berekend, dat dit voldoende is om alle
bijstandsuitkeringen te betalen. Dit betekent dat een daling of
stijging van het aantal mensen in de bijstand en de verwachte
economische ontwikkeling invloed hebben op de grootte van het
landelijke budget. De gemeenten hebben hierdoor te maken met een
daling van 3,5 procent ten opzichte van de voorlopige vaststelling
in november 2006. Na vaststelling van het landelijke budget, wordt
het geld over de gemeenten verdeeld. Conform de afspraken die met
de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn gemaakt, wordt
het bijstandsbudget voor de periode 2008-2011 voor 4 jaar
vastgelegd.

In 2006 hebben kleine gemeenten een
relatief hoog budget gekregen. Hoewel op landelijk niveau ten
opzichte van 2005 sprake was van een budgetdaling van ruim 8
procent, kregen kleinere gemeenten ruim 6 procent meer. Dit
voordeel verdwijnt in 2007. Omdat kleine gemeenten het geld
ontvangen op basis van wat ze in het verleden aan bijstand
uitgaven, zijn ze er wel van verzekerd dat het budget (met enige
vertraging) in de pas loopt met de uitgaven aan
bijstandsuitkeringen.

bron:SZW