Boombastkleding in de spotlights



Galerijtentoonstelling in het Rijksmuseum voor Volkenkunde 29 juni tm 27 november 2005 In de reeks 'collecties in de spotlights' brengt het Rijksmuseum voor Volkenkunde bijzondere verzamelingen onder de aandacht waaraan intensief gewerkt is: onderzoek, registratie, conservering, restauratie en presentatie. Op de website van het museum verschijnen regelmatig digitale publicaties over deze collecties. Dit keer: boombastdoeken.

De antropoloog Anna-Karina Hermkes heeft in 2001 en 2002 bij de Maisin in Papua New Guinea gewoond en antropologisch onderzoek verricht naar het maken en gebruiken van boombastdoeken, 'tapa'. De tentoongestelde doeken zijn door haar verzameld en daarna in de collectie van dit museum opgenomen.

Kleding werd vroeger in Indonesië en Oceanië vaak gemaakt van geklopte boombast. Het maakproces is als volgt: de binnenkant van de bast van de moerbeiboom wordt nat gemaakt en met een houten klopper bewerkt om de bast dunner en breder te maken. Uiteindelijk verandert de boombast daardoor in een grote doek die met rode en zwarte kleurstof wordt gedecoreerd.

Behalve karakteristieke clandesigns die onlosmakelijk verbonden zijn met de Maisin zijn er gewone versieringsmotieven, ontsproten aan de creativiteit van de makers.

Ondanks het feit dat boombastdoeken sinds de jaren '50 niet meer dagelijks gedragen worden, spelen ze nog steeds een belangrijke rol in het leven en de cultuur van de Maisin. Sinds de jaren '70 is de verkoop van boombastdoeken een belangrijke bron van inkomsten. De commerciële waarde van de doeken wordt berekend op basis van de grootte van de versieringen.

Een andere ontwikkeling die zich heeft voorgedaan is dat meer en meer groepen in Papua New Guinea Maisin tapa kopen en die vervolgens als 'hun' traditionele kleding gaan gebruiken. Op die manier krijgt Maisin tapa een nieuwe betekenis, als pars pro toto van traditionele New Guinea cultuur.

De Maisin, een groep van ongeveer 3000 mensen, wonen verspreid over verschillende dorpen aan de kust van Collingwood Bay. Hun woongebied heeft geen wegen, electriciteit of telefoon en er heerst armoede, gebrek aan goede gezondheidszorg en scholing.

De handel in boombastdoeken biedt de mogelijkheid om medicijnen en andere goederen aan te schaffen en om schoolgeld te voldoen. Ook is de verkoop van boombastdoeken een alternatief voor de grootschalige ontbossing van de streek. De Maisin worden tegenwoordig zelfs gezien als succesvolle strijders tegen de machtige houtkapindustrie, die ze hebben verdreven uit hun woongebied.

Bron:Rijksmuseum Volkenkunde



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: