Burger betaalt 12% hogere woonlasten aan gemeente



De lokale woonlasten in Nederland zijn in de periode tussen 1995 en 2005 bijna verdubbeld. Huishoudens betalen dit jaar gemiddeld 12% meer aan gemeentelijke woonlasten. Dit blijkt uit onderzoek van Vereniging Eigen Huis onder alle Nederlandse gemeenten. Bijna 65% van de gemeenten kent woonlasten die met 10% of meer stijgen ten opzichte van vorig jaar. Het gaat om de onroerende zaakbelasting (OZB), de afvalstoffenheffing en het rioolrecht. Ongeveer de helft van de lastenstijging wordt veroorzaakt door het afschaffen van de Zalmsnip, een voormalige tegemoetkoming van de Rijksoverheid in de hoge gemeentelijke lasten. 

Door het vaststellen van de nieuwe WOZ-waarden zijn veel gemeenten dit jaar laat met het bekend maken van de nieuwe lasten. Vereniging Eigen Huis concludeert op grond van de gegevens van 90% van de gemeenten dat de gemeentelijke woonlasten dit jaar wederom uit de hand lopen. 'Het is onbegrijpelijk dat woonlasten met gemiddeld +12% stijgen, als de burger tegelijkertijd wordt gevraagd de broekriem aan te halen', aldus Frank van Loon, directeur van Vereniging Eigen Huis. 'Daarbij is het beeld per gemeente ook nog eens zeer verschillend. De cijfers lopen uiteen van een stijging van +40% (gemeente Harenkarspel, NH) tot een daling van -10% (gemeente Mill en Sint Hubert, NB). Stijgingen van enkele tientallen procenten zijn bepaald geen uitzondering. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de weerstand onder burgers jaar na jaar toeneemt. Want dit is het zoveelste jaar op rij dat de gemeentelijke lasten bovenmatig stijgen. Het moet een keer ophouden. En dat geldt zeker nu er van overheidszijde voortdurend wordt gehamerd op loonmatiging en huishoudens geconfronteerd worden met inkomensachteruitgang. De overheid moet nu echt een keer ingrijpen. Wij willen dan ook dat de plannen voor afschaffing van het OZB-gebruikersgedeelte en de maximering van de jaarlijkse OZB-stijging zo spoedig mogelijk worden ingevoerd'. 
 
De totale gemeentelijke woonlast bestaat uit rioolrecht, afvalstoffenheffing en OZB, die gebaseerd is op de gemiddelde WOZ-waarde van woningen in de gemeente. Het totaalbedrag wordt gecorrigeerd voor een eventuele tegemoetkoming van de gemeente (tot vorig jaar: Zalmsnip). In het onderzoek keren 29 gemeenten in 2005 nog een tegemoetkoming van gemiddeld 32 euro aan hun burgers uit. 
 
De top-tien van gemeenten met de hoogste stijging van de gemeentelijke woonlast voor meerpersoonshuishoudens (gezinnen) ziet er als volgt uit: 
 
1.      Harenkarspel (NH) +40% (754 euro) 
2.      Hardinxveld-Giessendam (ZH) +31% (721 euro) 
3.      Harderwijk (Gld) +30% (618 euro) 
4.      Goedereede (ZH) +26% (751 euro) 
5.      Meijel (L) +25%(783 euro) 
6.      Vlagtwedde (Gr) +25% (764 euro) 
7.      Maasdriel (Gld) +24% (874 euro) 
8.      Groesbeek (Gld) +24% (594 euro) 
9.      Beemster (NH) +23% (836 euro) 
10.     Giessenlanden (ZH) +23% (748 euro) 
 
Acht gemeenten laten zien dat de woonlasten niet altijd hoeven te stijgen. De lijst van gemeenten met netto dalende woonlasten voor meerpersoonshuishoudens (gezinnen) ziet er als volgt uit: 
 
1.      Mill en Sint Hubert (NB) -10% (636 euro) 
2.      Baarle-Nassau (NB) -6% (599 euro) 
3.      Laarbeek (NB) -5% (556 euro) 
4.      Vlist (ZH) -4% (903 euro) 
5.      Maasdonk (NB) -3% (746 euro) 
6.      Roerdalen (L) -3% (643 euro) 
7.      Haarlemmermeer (NH) -3% (704 euro) 
8.      Lith (NB) -1% (877 euro) 
 
De aanslag onroerende zaakbelasting (OZB) die dit jaar op de nieuwe WOZ-waarde is gebaseerd, stijgt met gemiddeld +8%. De OZB is daarmee de sterkste stijger van de drie componenten waaruit de gemeentelijke woonlast is opgebouwd (OZB, Rioolrecht en Afvalstoffenheffing). Voor het bepalen van de hoogte van de gemiddelde OZB-aanslag is per gemeente uitgegaan van de gemiddelde WOZ-waarde in combinatie met de nieuwe OZB-tarieven die daarbij door de gemeente zijn vastgesteld. Bij de WOZ-hertaxatie van woningen geldt het uitgangspunt dat een waardevermeerdering van het onroerend goed op zich niet mag leiden tot een hogere belastingdruk. Met een gemiddelde stijging van +8% heeft het er alle schijn van dat in veel gemeenten niet aan dit principe tegemoet wordt gekomen. Dat betekent dat de OZB-tarieven onvoldoende zijn verlaagd om de gestegen WOZ-waarde te compenseren. In ruim een kwart van de gemeenten is de gemiddelde OZB-aanslag met +10% of meer gestegen. Per gemeente zijn de verschillen groot: in Harenkarspel (NH) stijgt de gemiddelde OZB-aanslag met +67%, terwijl in de gemeente Baarle-Nassau (NB) diezelfde aanslag met -15% daalt. De top-tien van gemeenten met de hoogste OZB-stijgingen ziet er als volgt uit: 
 
1.      Harenkarspel (NH) +67% (389 euro) 
2.      Hardinxveld-Giessendam (ZH) +62% (330 euro) 
3.      Meijel (L) +43% (398 euro) 
4.      Eijsden (L) +39% (401 euro) 
5.      Maasdriel (Gld) +37% (424 euro) 
6.      Zederik (ZH) +33% (312 euro) 
7.      Olst-Wijhe (Ov) +33% (481 euro) 
8.      Beemster (NH) +31% (450 euro) 
9.      Sint Anthonis (NB) +30% (501 euro) 
10.     Oirschot (NB) +30% (403 euro) 
 
De top-tien van gemeenten met een daling van de OZB-aanslagen zijn 
 
1.      Baarle Nassau (NB) -15% (319 euro) 
2.      Mill en Sint Hubert (NB) -10% (340 euro) 
3.      Apeldoorn (Gld) -8% (375 euro) 
4.      Renswoude (Ut) -7% (249 euro) 
5.      Brummen (Gld) -6% (298 euro) 
6.      Rijnwoude (ZH) -5% (407 euro) 
7.      Haarlemmermeer (NH) -5% (433 euro) 
8.      Reeuwijk (ZH) -5% (493 euro) 
9.      Bladel (NB) -4% (325 euro) 
10.     Doorn (Ut) -4% (432 euro) 
 
Verwacht mag worden dat kosten van gemeenten, exclusief grote investeringen, zich in principe mee-ontwikkelen met de inflatie. Al jaren is dat echter niet het geval en is er een algemeen beeld van bovenmatige stijgingen. Als oorzaken worden door gemeenten genoemd het alsmaar uitbreidende takenpakket van de gemeenten waarvoor het rijk onvoldoende geld ter beschikking stelt, de bezuinigingen van de rijksoverheid op de uitkeringen aan gemeenten, het gebrek aan dualisme tussen de gemeenteraad en het college van B&W en een gebrek aan efficiency en onvoldoende bezuinigingsdrang binnen de gemeentelijke organisatie.  
 
Uit informatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken blijkt dat de belastingopbrengsten van gemeenten in de periode 1995-2004 met circa 80% zijn gestegen terwijl de cumulatieve inflatie 29% bedroeg. Nederland is daarmee de koploper in de wereld. Landen als België, Frankrijk, Duitsland, Japan en Canada kennen in de periode 1995 tot 2001 stijgingen van de lokale lasten die uiteenlopen van +6 tot +16% terwijl de stijging voor Nederland maar liefst +76% bedraagt.  
 
In het regeerakkoord zijn lastenverlichtingen overeengekomen waaronder het afschaffen van het gebruikersdeel van de onroerende zaakbelasting (OZB). Deze afschaffing zou tegelijkertijd plaatsvinden met bezuinigingsmaatregelen als het afschaffen van de Zalmsnip. De Zalmsnip (45,38 euro) werd tot 2005 uitgekeerd aan gemeenten om aan huishoudens een tegemoetkoming te kunnen geven in verband met de hoge gemeentelijke woonlasten. De afschaffing van het gebruikersdeel van de OZB is uitgesteld naar 2006 terwijl de afschaffing van de Zalmsnip al in 2005 is doorgevoerd. Deze maatregel van rijkswege resulteert voor huishoudens in een lastenverhoging op gemeentelijk niveau van circa 6%. Dit is ongeveer de helft van de totale lastenverhoging. 
 
Naast een hogere OZB en het afschaffen van de Zalmsnip vormt de stijging van het rioolrecht een derde factor in de stijging van de gemeentelijke woonlasten. Het rioolrecht stijgt landelijk met een gemiddelde van +5,8% voor meerpersoonshuishoudens en +5,3% voor eenpersoonhuishouden. De ontwikkelingen per gemeente lopen ook in dit geval sterk uiteen: van +73% stijging in de gemeente Maarssen tot een daling van meer dan -50% in de gemeente Rijnwaarden. Drie gemeenten hebben met ingang 2005 voor het eerst rioolrecht ingevoerd: de gemeente Harderwijk (100 euro), de gemeente Apeldoorn (72,38 euro) en de gemeente Veenendaal (27 euro). 
 
Landelijk gezien is er sprake van een zeer geringe stijging in het bedrag dat gemeenten bij huishoudens in rekening brengen voor het ophalen en verwerken van afval. Voor meerpersoonshuishoudens komt de gemiddelde stijging uit op +0,9% en voor eenpersoonshuishoudens op +0,5%. 
Zoals altijd verschilt het beeld sterk per gemeente. De veranderingen in de afvalstoffenheffing variëren van een stijging van +23% (gemeente Amsterdam-deelgemeente Zuideramstel) tot een daling van - 46% (gemeente Laarbeek NB) voor meerpersoonshuishoudens. Bij eenpersoonshuishoudens is de variatie nog groter. In deze categorie lopen de veranderingen uiteen van een stijging van +43% (gemeente Katwijk ZH) tot een daling van -44% (gemeente Woudrichem NB). 
 
Andere cijfers over de gemeentelijke woonlasten 
Dit jaar zijn al eerder berichten verschenen over de ontwikkeling van de gemeentelijke woonlasten. 
 
In februari verscheen 'Belastingoverzicht grote gemeenten 2005 van het onderzoeksinstituut Coelo van de Universiteit van Groningen. Hierin wordt de belastingontwikkeling beschreven in de 35 grootste gemeenten. Het Coelo concludeert dat in deze steden de woonlasten in 2005 met slechts +1,6% stijgen; de kleinste stijging ooit gemeten. De 35 grootste gemeenten zijn echter niet representatief voor het gehele land en zeker niet voor het eigenwoningbezit dat het grootste deel van de gemeentelijke lastendruk moet opbrengen. 
 
Op basis van de eigen gegevens van Vereniging Eigen Huis blijkt dat de woonlasten in de 35 grootste gemeenten die in het onderzoeksbestand zijn geregistreerd met gemiddeld + 10% stijgen (+10,0% voor meerpersoonshuishoudens en +10,8% voor eenpersoonshuishoudens). Circa 6%-punt van deze stijging komt voort uit het afschaffen van de Zalmsnip. 
 
Begin april meldde het CBS dat de gemeentelijke heffingen dit jaar de laagste opbrengst opleveren sinds 1987. Het CBS spreekt van een 'beperkte' stijging van +4,9%. In de berichtgeving van het CBS wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen woningen, bedrijven en andere bronnen op basis waarvan gemeenten belastinginkomsten verwerven. De ontwikkelingen op huishoudingniveau worden hiermee niet duidelijk gemaakt. Wel wordt door het CBS aangegeven dat door het afschaffen van de Zalmsnip de lasten voor huishoudens sterk toenemen.  
 
Op basis van een steekproef meldde de vereniging in december 2004 dat de gemeentelijke woonlasten in 2005 met +13% zullen stijgen. Nu het onderzoek vrijwel is afgerond, blijkt deze voorspelling redelijk goed overeen te komen met het resultaat: de gemeentelijke woonlast voor huishoudens stijgt gemiddeld met +12%. 
 
 
bron:Vereniging Eigen Huis



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: