In het derde kwartaal van 2006 zijn de cao-lonen met 1,9 procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder. De toename is vrijwel even groot als in het tweede kwartaal, toen de cao-loonstijging 2,0 procent bedroeg. De cao-loonstijging ligt wel duidelijk hoger dan vorig jaar. Dat blijkt uit metingen van het CBS

Loonkosten stijgen minder snel dan cao-lonen
De contractuele loonkosten zijn in het derde kwartaal met 1,2 procent gestegen. Deze toename blijft al sinds begin 2005 beperkt tot iets boven de 1 procent. Uitzondering hierop vormde het eerste kwartaal van 2006, toen de loonkostenstijging met 0,9 procent het laagste punt sinds 2001 bereikte.

De contractuele loonkosten zijn in de eerste drie kwartalen minder gestegen dan de cao-lonen. In 2005 lag de stijging van de loonkosten nog 0,5 procentpunt boven die van het cao-loon. Dat de loonkosten nu minder snel stijgen dan de cao-lonen komt vooral door lagere werkgeverspremies voor arbeidsongeschiktheid en (pre)pensioen.

Grote loonstijging energiebedrijven
De cao-loonstijging verschilt tussen bedrijfstakken. De bedrijfstak energie- en waterleidingbedrijven had met 3,7 procent de grootste cao-loonstijging. Ook de loonstijging in de financiële instellingen was met 3,3 procent groot. 

Grote invloed bijzondere beloningen op loonstijging
Juist in de bedrijfstakken met de grootste cao-loonstijging zijn de bijzondere beloningen sterk toegenomen. Dit is deels het gevolg van afspraken die in cao’s gemaakt zijn over werkgeversbijdragen voor de levensloopregeling en de ziektekosten. De werkgeversbijdragen levensloop compenseren vaak een versobering van de bijdrage van de werkgever aan vut- en prepensioen.

Kleine cao-loonstijging in de bouw en zorg
De kleinste stijgingen van het uurloon werden gemeten in de bouwnijverheid en de gezondheids- en welzijnszorg, beide 1,4 procent. Het maandloon in de bouw steeg echter met 2,0 procent. Dit verschil wordt veroorzaakt door het inleveren van adv-dagen.

bron:CBS