De modernisering van de rechtspraak in
Nederland is succesvol verlopen. Dat concludeert de Commissie
evaluatie modernisering rechterlijke organisatie in haar rapport
'rechtspraak is kwaliteit'. Wel moet de werkwijze van de
kantonrechtspraak worden versterkt. In verdere versterking van de
kwaliteit van de rechtspraak zal geïnvesteerd dienen te
worden. Het rapport is maandag aangeboden aan minister Hirsch
Ballin van Justitie, die het naar de Tweede Kamer heeft
gestuurd.

De Nederlandse rechtspraak is na een
majeure stelselwijziging grotendeels weer bij de tijd. Sinds 2002
is de productiviteit gestegen waarmee een dalende trend is gekeerd;
is er meer eenheid; de bestuurskracht vergroot; meer transparantie;
en wordt er sneller gewerkt. Hierdoor nam de tevredenheid van
burgers en professionele gebruikers van de rechtspraak toe. Dat
concludeert de commissie Commissie evaluatie modernisering
rechterlijke organisatie , die in 2004 de opdracht kreeg om de
modernisering van de rechterlijke organisatie te evalueren. De
commissie bestaat uit drs W.J. Deetman (voorzitter), drs H.
Andersson, mr J. van de Berge, prof dr M. Herweijer en ir. drs H.
Smits.

Nu de stelselwijziging goed is
doorgevoerd, is volgens de commissie het moment voor de rechtspraak
aangebroken daar ook efficiënt gebruik van te maken. De
gerechten moeten de slag maken van goed beheer naar goed bestuur,
zodat de door de medewerkers

gesignaleerde toenemende werkdruk en druk
op de kwaliteit kunnen worden aangepakt.

Bijvoorbeeld door het verbeteren van het
kwaliteitsbeleid en het personeelsbeleid, waar een nieuw kabinet
geld voor beschikbaar moet stellen. Bovendien vindt de commissie
dat de gerechten hun ICT-voorzieningen beter moeten afstemmen op
elkaar en op de burger (toegankelijkheid), en op die van hun
partners zoals advocaten, deurwaarders, politie en openbaar
ministerie.

Versterken kantonrechtspraak

De kantonrechtspraak krijgt van de
commissie Deetman een meer solide positie binnen de rechtspraak.
Niet alleen moeten alle geschillen op het gebied van
consumentenkoop via kantonrechtspraak afgehandeld kunnen worden,
ook zou de zogeheten competentiegrens verhoogd moeten worden van de
huidige 5.000 euro naar 25.000 euro. Met competentiegrens wordt de
wettelijk vastgestelde (financiële) grens bedoeld die bepaalt
of een zaak door de kantonrechter of door de civiele rechter wordt
behandeld. De grens bepaalt tevens of rechtzoekenden verplicht zijn
zich door een advocaat te laten vertegenwoordigen. Bij de rechtbank
geldt die verplichting. Bij de kantonrechter zijn partijen vrij in
de keuze van juridische bijstand en kunnen ze hun zaak desgewenst
ook geheel zelfstandig bepleiten. De verbreding van de
kantonrechtspraak zorgt ervoor dat deze laagdrempelige,
efficiënte en klantvriendelijke werkwijze structureel wordt
versterkt.

Versterking kwaliteit van de
rechtspraak

De Commissie Deetman adviseert meer te
investeren in het (verder) versterken van de

kwaliteit van de rechtspraak. Het
bestaande instrumentarium ter bevordering van

juridische kwaliteit dient te worden
versterkt. Dit instrumentarium bestaat uit

opleidingen voor rechters en
ondersteuners, ruimte voor jurisprudentieoverleg, middelen voor de
opleiding van rechters in de meervoudige kamer en het
roulatiebeleid. Er is behoefte aan financiële ruimte voor het
beter en vaker toepassen van (nieuwe) instrumenten als intervisie,
overleg tussen gerechtshoven en rechtbanken, procedures voor
zelfreflectie en klantwaardering in combinatie met een
mentorsysteem. Ook acht de Commissie investeringen gewenst voor het
kunnen voeren van een gericht loopbaan- en personeelsbeleid.

Dreigende bureaucratisering

De commissie waarschuwt voor een dreigende
bureaucratisering van de rechtspraak. Er is sprake van een
doorgeslagen overlegcultuur op diverse niveaus, mede veroorzaakt
doordat de Raad voor de rechtspraak en de gerechten aan hen
toegekende verantwoordelijkheden niet duidelijk hebben
gedefinieerd. Dit belemmert de slagkracht van de organisatie en
zorgt dat medewerkers hogere werkdruk en bureaucratie ervaren. Nu
de opbouwfase van de nieuwe Raad voor de rechtspraak is afgesloten,
kan het aantal leden van deze Raad worden teruggebracht van vijf
naar drie. Bovendien kan het ondersteunende landelijk bureau van
deze Raad (thans 148 fte) de komende jaren inkrimpen totdat de
startformatie (120 fte) is bereikt.

Reorganisatie

In 1998 luidde het rapport 'Rechtspraak
bij de tijd' van de commissie Leemhuis de start in van een
ingrijpende reorganisatie van de rechtspraak, vastgelegd in twee
wetten die in 2002 van kracht werden: de Wet Organisatie en bestuur
gerechten en de Wet Raad voor de rechtspraak. Hierdoor hebben de
gerechten in Nederland sinds 2002 één samenhangende
organisatiestructuur. Ze hebben de beheersverantwoordelijkheid voor
de eigen organisatie overgenomen van de minister van Justitie. Alle
gerechten hebben nu een collegiaal bestuur dat bestaat uit rechters
en een niet-rechter. Dit college heeft de algemene leiding (bestuur
en beheer) van het gerecht. Voor alle gerechten gezamenlijk is een
Raad voor de rechtspraak ingesteld die bevoegdheden

heeft op het terrein van begroting en
bedrijfsvoering. De minister van Justitie heeft niet langer directe
bemoeienis met de bedrijfsvoering van de afzonderlijke gerechten
maar maakt begrotingsafspraken met de Raad voor de rechtspraak.

bron:MinJus