Vandaag heeft de Autoriteit Financiële Markten ("AFM") aan het gerechtshof te Amsterdam het concept aangeboden van het rapport in het onderzoek dat de AFM in opdracht van het gerechtshof heeft verricht. Het onderzoek richt zich op de vraag of Dexia Bank Nederland N.V. ("Dexia") de aandelen die Dexia zegt te hebben aangekocht in het kader van door haar in Nederland op de markt gebrachte effectenleaseproducten, inderdaad heeft gekocht en, voorzover voor de nakoming van haar verplichtingen jegens beleggers nodig, heeft behouden.

Dit onderzoek is op 20 juni 2006 bevolen door het gerechtshof te Amsterdam in de procedure die bij het hof aanhangig is naar aanleiding van het verzoek van Dexia en een aantal belangenorganisaties (de Stichting Leaseverlies, de Stichting Eegalease, de Consumentenbond en de Vereniging van Effectenbezitters) tot verbindendverklaring van een door hen gesloten overeenkomst strekkend tot uitvoering van de zgh. "Duisenberg-regeling". Deze regeling houdt een minnelijke schikking in van geschillen en onzekerheden verband houdend met effectenleaseproducten die door (rechtsvoorgangers van) Dexia in Nederland op de markt zijn gebracht.

Het concept-rapport van de AFM wordt heden ter beschikking gesteld aan de voor- en tegenstanders van de gevraagde verbindendverklaring die in de procedure bij het gerechtshof partij zijn. De procespartijen kunnen tot vrijdag 13 oktober 2006 te 16.00 uur schriftelijk opmerkingen maken en verzoeken doen naar aanleiding van het concept en deze toesturen aan het gerechtshof, dat deze zal doorleiden naar de AFM. Na kennisneming en verwerking van dergelijke opmerkingen en verzoeken zal de AFM het definitieve rapport van haar bevindingen bij het hof indienen. Dit zal naar verwachting enkele weken na 13 oktober 2006 plaatsvinden.

Nadat de AFM haar definitieve rapport bij het gerechtshof heeft ingediend, zullen de procespartijen nog de gelegenheid krijgen om zich daarover schriftelijk uit te laten in de procedure bij het hof. Daarna zal het hof een beslissing kunnen nemen over het al of niet toewijzen van het verzoek tot verbindendverklaring van de overeenkomst tot uitvoering van de "Duisenberg-regeling".

bron:Gerechtshof Amsterdam