De politiecijfers geven aan dat de
criminaliteit verder afneemt. Daarnaast worden er meer mensen
aangehouden, maar zijn er minder zeer actieve veelplegers.
Bovendien is de recidive gedaald. Dit zijn de belangrijkste
conclusies uit de Landelijke

criminaliteitskaart 2005 (LCK 2005) die in
opdracht van de Raad van Hoofdcommissarissen door de Dienst
Nationale Recherche Informatie (DNRI) van het Korps Landelijke
Politiediensten is samengesteld.

NRI analyseerde de HKS-gegevens van
regionale politiekorpsen. In 2005 is de geregistreerde
criminaliteit voor het derde achtereenvolgende jaar afgenomen. De
daling ten opzichte van 2004 is 8%. In de grootste gemeenten is de
afname het grootst. Wel blijft in deze gemeenten de criminaliteit
het hoogst. Nog altijd bestaat tweederde van de criminaliteit uit
vermogensdelicten zonder geweld, alhoewel dit met 11% is afgenomen
ten opzichte van 2004. De grootste afname is bij gewelddadige
vermogensdelicten geconstateerd (16%). Het aantal geweldsmisdrijven
tegen personen is voor het vierde achtereenvolgende jaar gestegen.
Aan de groei van vernielingen en openbare ordedelicten is een einde
gekomen: na een jarenlange stijging is dit aantal in 2005 licht
afgenomen. Het aantal seksuele misdrijven is over de laatste vijf
jaar redelijk constant. Opvallend is de toename van 13% van
gewelddadig seksuele misdrijven in de grote steden. Deze zijn
gestegen van 3,1 per 10.000 inwoners in 2004 naar 3,5 in 2005. Het
ophelderingspercentage is vanaf 2001 tot en met 2004 bijna
verdubbeld tot 20% en is in 2005 gestabiliseerd (19%).

In 2005 is voor het vijfde
achtereenvolgende jaar het aantal aangehouden personen gestegen. De
groei is het laatste jaar echter minder dan in voorgaande jaren.
Minderjarigen en jongvolwassenen zijn voor een groot deel
verantwoordelijk voor de

toename. Bij deze groepen is er een groei
van het aandeel vrouwelijke verdachten en nieuwkomers (dit zijn
verdachten die voor het eerst door de politie zijn aangehouden)
waargenomen. Andere groepen die hebben bijgedragen aan de groei van
het aantal verdachten zijn nieuwkomers en meerplegers. Onder de
nieuwkomers bevinden zich relatief veel vrouwelijke verdachten.
Deze ontwikkelingen verklaren gedeeltelijk de daling van het aantal
delicten en antecedenten, waarvan in 2005 sprake is. Minderjarigen,
nieuwkomers en vrouwen hebben gemiddeld minder antecedenten en
delicten. Daarnaast lijkt het beleid op veelpleger deels
verantwoordelijk voor deze daling: sinds 2002 neemt het aandeel
(zeer actieve) veelplegers af. Een andere ontwikkeling is de
verandering in de verhouding tussen eerste- en
tweedegeneratieallochtone verdachten. In 2005 zijn er voor het
eerst meer tweede- dan eerstegeneratieallochtone verdachten,
terwijl het aandeel allochtone verdachten gelijk is gebleven.

bron:NPI