Douane legt importeurs van LCD monitoren onverwacht hoge claims op



Sinds begin 2004 zijn er heftige discussies tussen de Douane en het bedrijfsleven als het gaat om de douanerechten die verschuldigd zijn bij de invoer van LCD-monitoren. De vraag was of ingevoerde LCD-monitoren belast zijn met 0 of 14% invoerrechten. Nederland was de eerste EU Lidstaat die in het voorjaar van 2004 de invoer met 14% belastte.

Het gevolg was dat bedrijven niet langer handelden en invoerden via Nederland. De Staatssecretaris van Financiën heeft uiteindelijk in november 2004 ingegrepen. Op die manier probeerde hij voor toekomstige importen een situatie te bewerkstelligen dat Nederland als invoerland van LCD-monitoren en andere elektronicaproducten weer op de kaart werd gezet.   
 
De Nederlandse Douane past geheel onverwacht de in november 2004 nieuw gepubliceerde invoercriteria en heffingen op LCD monitoren met terugwerkende kracht toe op LCD-monitoren die door Nederlandse importeurs en logistiek dienstverleners in de periode 2002 - 2004 via Nederland werden ingevoerd. De hoge onverwachte navorderingen treffen de betrokkenen hard. De situatie staat in schril contrast met die in andere EU landen waar geen sprake is van navorderingen. De actie van de Nederlandse Douane creëert vooral veel onzekerheid en onduidelijkheid. De betrokken marktspelers waaronder een groot aantal in Nederland gevestigde buitenlandse bedrijven vragen zich in toenemende mate af of  het verstandig is hun producten bestemd voor diverse EU markten via Nederland te blijven invoeren.  
 
Naast de financiële schade voor de importeurs en logistiek dienstverleners, komt de positie van Nederland als vestigings- en doorvoerland voor de consumentenelektronica-industrie wezenlijk in gevaar. Nederland was vorig jaar en is nu wederom in EU verband een buitenbeentje met een beleid dat uiterst onvoorspelbaar genoemd mag worden. Andere EU-lidstaten vorderen geen douanerechten na, zodat een bedrijf dat de afgelopen jaren via Nederland heeft ingevoerd  slechter af is dan importeurs in bijvoorbeeld Duitsland of België. 
 
'Juridisch gezien staan de bedrijven wel sterk', aldus Erik de Bie, hoofd van de Europese adviesgroep 'Internationale Handel, Douane en BTW' van advocaten- en belastingadvieskantoor Greenberg Traurig in Amsterdam. 'Er zijn zeer goede juridische mogelijkheden de navorderingen ongedaan te maken. Maar het bedrijfsleven zit natuurlijk niet te wachten op een gang naar de rechter'. 
 
In 2004 ontstonden grote problemen over de invoer van LCD en plasmamonitoren in de Europese Unie. De vraag was of een monitor als televisie/ videomonitor of als computermonitor aangemerkt moest worden. Aangezien het verschil in douanerechten 14% bedraagt, de waarde van de monitoren relatief hoog is en de winstmarges gering zijn, is dit voor importeurs een zeer wezenlijke vraag. Het grootste probleem was niet zozeer dat een invoerrecht verschuldigd zou zijn, maar dat voor identieke monitoren in verschillende EU lidstaten een verschillend tarief werd toegepast. In Duitsland gold bijvoorbeeld lange tijd het nulrecht terwijl importeurs bij invoer in Nederland voor dezelfde monitoren 14% betaalden. Na het doen van een invoeraangifte en betaling van de verschuldigde invoerrechten kunnen goederen vrijelijk door de EU worden vervoerd en verkocht.   
 
Steeds minder monitoren via Nederland 
 
Het wekt geen verbazing dat in 2004 steeds minder monitoren via Nederland werden ingevoerd en een verlegging van de invoer met name naar Duitsland plaatsvond. Als gevolg van toenemende druk van het bedrijfsleven, schriftelijke kamervragen aan de Staatssecretaris van Financiën en het feit dat de Europese Commissie geen duidelijkheid gaf hoe om te gaan met de LCD-monitoren, greep Staatssecretaris Wijn van Financiën eind 2004 in. Hij vaardigde specifieke criteria uit waaraan LCD monitoren moesten voldoen om voor de classificatie als computermonitor in aanmerking te komen. Hij wilde een 'level playing field' creëren. Alle bedrijven zouden weten waar ze aan toe waren indien ze monitoren invoerden via Nederland. Vanzelfsprekend pakten deze criteria voor bepaalde bedrijven net verkeerd uit, maar er was in ieder geval weer een duidelijke lijn te ontdekken in het beleid van de Nederlandse Douane.  
  
'Vreemd blijft het natuurlijk wel dat er nationale regelgeving is uitgevaardigd, terwijl het toch echt een kwestie betreft die thuishoort op EU niveau. Door dit nationale beleid is het namelijk mogelijk dat in de verschillende EU landen verschillende invoerrechten gaan gelden voor identieke goederen. Een grove inbreuk derhalve op het EU principe dat er één buitentarief geldt', vervolgt De Bie. 
  
Ondanks het voornemen van de Staatssecretaris om voor toekomstige importen een level playing field te creëren, heeft de Nederlandse Douane, zo blijkt, het verloop van de indelingsdiscussie en de criteria van de Staatssecretaris echter aangegrepen om LCD-monitoren die de afgelopen drie jaar via Nederland zijn ingevoerd, nog eens onder de loep te nemen. Voor zover een in 2002 ingevoerde LCD-monitor als computermonitor bij de Douane is aangegeven, niet aan de in november 2004 uitgevaardigde criteria voor computermonitoren voldoet, gaat de Douane over tot navordering. In plaats van 0% wordt alsnog 14% invoerrecht verschuldigd. Dit betekent een enorme schadepost voor het bedrijfsleven. 
 
Naheffing heeft slechts negatieve gevolgen 
 
Er zijn goede juridische argumenten waarom de Nederlandse Douane het gewijzigde inzicht niet met terugwerkende kracht kan toepassen. Een beroep op de Nederlandse of Europese rechter leidt naar verwachting tot het ongedaan maken van vele claims. Maar afgezien van deze juridische kant van het verhaal, is de grote vraag wat de Nederlandse Douane eigenlijk wil bereiken met haar navorderingen. Immers de EU heeft de door de Staatssecretaris Wijn uitgevaardigde criteria niet overgenomen. Recente EU regelgeving ten aanzien van de kwalificatie van LCD-monitoren heeft geen terugwerkende kracht. Er is geen EU instructie aan de lidstaten om op grote schaal tot navordering over te gaan.   
De Bie: 'De vraag stelt zich waarom de Nederlandse overheid dan toch schade voor bedrijven die economisch actief zijn in Nederland creëert. Evenzo belangrijk is de vraag waarom de Douane zich ten opzichte van de andere douaneautoriteiten in de EU opnieuw een buitenbeentje toont. Het heeft financieel ook weinig zin gelet op het feit dat het overgrote deel van de door de Nederlandse Douane geïnde invoerrechten aan de EU moeten worden afgedragen. De Nederlandse overheid heeft derhalve geen direct financieel belang bij deze actie'. 
 
De Douane bereikt volgens de Bie slechts twee resultaten: een grote schadepost voor het bedrijfsleven en een bevestiging van de slechte naam die Nederland al heeft bij de importeurs van LCD monitoren. Wat betreft de schade komen de navorderingen geheel ten laste van de winst van de importeurs en kunnen vanzelfsprekend niet meer aan de uiteindelijke gebruikers van de monitoren worden doorbelast. LCD-monitoren worden veelal ingevoerd door grote internationale bedrijven die naast monitoren vele andere producten produceren en distribueren. Gelet op de huidige en toekomstige ontwikkelingen in de elektronica-industrie zijn nieuwe discussies niet ondenkbaar als het gaat om de kwalificatie van goederen voor douanedoeleinden.   
 
bron:Creative Venue



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: