Er zijn geen concrete aanwijzingen dat
nationale netwerken aanslagen voorbereiden, maar door de
voortdurende radicalisering en risicovolle internationale
ontwikkelingen blijft het dreigingsniveau in Nederland
'substantieel'. Dat schrijven minister Hirsch Ballin (Justitie)
en minister Remkes (BZK) in de vijfde Voortgangsrapportage
Terrorismebestrijding. Zij hebben deze aan de Tweede Kamer
gestuurd.

Explosieven

Uit de rapportage blijkt dat
terroristische netwerken zich bij de keuze van doelwitten deels
door pragmatisme laten leiden. De ministers noemen het zorgwekkend
dat het eenvoudiger is geworden om zelf explosieven te maken. Dit
komt doordat via internet zeer professionele handleidingen worden
verspreid.

Internationaal

Er komen steeds meer aanwijzingen dat de
kern van al Qa'ida weer in staat zou zijn om in Westerse landen
aanslagen te (laten) plegen, eventueel met hulp van lokale
netwerken. Deze dreiging lijkt echter niet zonder meer van
toepassing op Nederland.

In Marokko is een breed vertakt
terroristisch netwerk opgerold. Het valt niet uit te sluiten dat er
contacten zijn tussen Marokkaanse netwerken en geestverwanten in
Nederland.

Nederland heeft de afgelopen periode
internationaal geen prominent profiel gehad. Dit beeld kan in
kringen van jihadisten op korte termijn verscherpen door de
blijvende aanwezigheid van Nederlandse troepen in Afghanistan, de
berichtgeving over vermeende misstanden door Nederlandse militairen
in Irak en de discussie over gezichtsbedekkende kleding.

Radicalisering

De radicalisering van moslimjongeren
blijft een aanhoudende bron van zorg en belast het dreigingsniveau
aanzienlijk. Salafistische jongerenpredikers verzorgen ook lezingen
buiten de Randstad, zodat radicalisering zich ook daar meer
manifesteert.

Verder zijn er meer informele islamitische
huwelijken, waardoor vrouwen onder invloed komen van
radicaal-islamitische netwerken.

Bron:BZK