Zesentwintig 'achtergelaten'Nederlands-Somalische kinderen hebben duidelijkheid gekregen ten aanzien van hun verblijfsrecht in Nederland, nadat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) onderzoek heeft verricht naar hun dossiers. Voor vierentwintig
jongeren geldt dat er een gunstige beslissing is genomen, terwijl twee personen niet bekend zijn in de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA) of in de IND-systemen. Dit schrijft minister Verdonk voor Vreemdelingenzaken en Integratie in een
brief aan de Tweede Kamer. Het gaat om jongeren die zich bij een Nederlandse ambassade hebben gemeld met de mededeling dat zij, na verblijf in Nederland, zijn achtergelaten in Somalië. Sinds maart van dit jaar hebben zich geen Somalische jongeren meer gemeld
met een dergelijke mededeling.

Uit het onderzoek naar de 26 dossiers bleek dat vierentwintig jongeren kunnen rekenen op rechtmatig verblijf in Nederland. Bij zeventien jongeren is geconcludeerd dat zij de Nederlandse nationaliteit (16 personen) of een nog geldende verblijfsvergunning (één persoon) bezitten. Bij drie jongeren is geconstateerd dat zij (anders dan zij dachten) niet met hun (echte) ouder(s) het Nederlanderschap hebben verworven. Minister Verdonk heeft daarom besloten deze drie personen na een eventuele aanvraag een verblijfsvergunning regulier te geven. Voor één jongere geldt dat deze aanvraag inmiddels in behandeling is, van twee van hen wordt nog gewacht op de aanvraag.

Ten aanzien van vier jongeren heeft minister Verdonk besloten dat vooralsnog aangenomen moet worden dat zij Nederlander zijn, maar dat zij niet de kinderen zijn van de meerderjarige in wiens naturalisatieverzoek zij als 'minderjarig kind'waren opgenomen. Deze beslissing is een gevolg van de toezegging van de minister aan de Tweede Kamer, dat zij heroverweegt op welke wijze om dient te worden gegaan met de vaststelling of iemand het Nederlanderschap heeft verkregen, indien achteraf blijkt dat zijn gegevens niet juist zijn. Omdat deze heroverweging nog niet is afgerond wordt in het geval van de vier jongeren nu geen beslissing genomen. Wel kan aan deze jongeren een Nederlands reisdocument worden verstrekt om naar Nederland te reizen.

Twee personen zijn niet bekend in de GBA of in de IND-systemen. Aangezien onderbouwend bewijsmateriaal voor rechtmatig verblijf in Nederland ontbreekt, is het onderzoek in deze zaken beëindigd.

bron:MinJus