Het grootste gedeelte van Braziliaanse bio-ethanol kan in principe voldoen aan alle Nederlandse duurzaamheidscriteria, die recentelijk voor biomassa zijn voorgesteld voor 2007 door de commissie Cramer. Tot deze conclusie komt een recente studie van de Universiteit Utrecht en de Universiteit Campinas (Brazilië) in opdracht van het Ministerie van VROM / SenterNovem. Indien strengere duurzaamheidseisen worden gesteld, is het echter onduidelijk of alle duurzaamheidseisen gehaald kunnen worden.

Bio-ethanol wordt de laatste decennia op grote schaal in Brazilië gebruikt als vervanger van benzine, inmiddels rijdt een kwart van de Braziliaanse auto's op ethanol. Door de hoge olieprijs is het ook veel voordeliger om op ethanol te rijden dan op benzine. Brazilië exporteert daarom ook steeds grotere hoeveelheden naar bij voorbeeld de VS, Japan of Zweden. Ook de Nederlandse overheid is geïnteresseerd in de import van biomassa en biobrandstoffen. Daarbij is het echter wenselijk, dat aan een aantal duurzaamheidscriteria voldaan wordt. Onlangs heeft de commissie Cramer een lijst met minimumcriteria voor 2007 en aanvullende en strengere criteria voor 2011 aan de Tweede Kamer gepresenteerd. In het rapport van de Universiteit Utrecht is de huidige productie van ethanol in de staat Sao Paulo (waar 85% van de huidige productie plaats vindt) getoetst op basis van deze criteria. De onderzoekers concluderen dat voor een
aantal criteria de productie van ethanol neutraal tot zeer goed scoort, bij voorbeeld bij het vermijden van broeikasgas emissies. Er zijn ook enkele kritische punten, zoals bij voorbeeld het betalen van minimum lonen, maar deze praktijken kunnen wisselen tussen verschillende productielocaties. Daarnaast zou ook een certificeringssysteem ter controle van de criteria ingevoerd moeten worden, ook om beter zicht op de productiefaciliteiten te krijgen.

Indien in de toekomst strengere duurzaamheidscriteria gehanteerd worden, zoals bij voorbeeld het actief beschermen van locale ecosystemen, zou waarschijnlijk alleen biologisch geteelde suikerriet aan deze criteria kunnen voldoen. Huidige ervaringen met organische suikerrietproductie zijn beperkt maar veelbelovend, en tonen tot 20% hogere opbrengsten ten opzichte van conventionele productie. De kosten van deze zeer duurzame bio-ethanol zouden met ca. 25-50% kunnen stijgen, voornamelijk afhankelijk of de suikerriet oogst handmatig of mechanisch geschied.

Onzekere aspecten voor de toekomst zijn o.a. de nog een aantal door de commissie Cramer verder uit te werken criteria voor 2011, en de indirecte invloed van toenemende suikerriet cultivatie op bij voorbeeld de verdringing van voedsel- en veeteelt. Om een neutrale landbalans te handhaven zal daarbij vooral de verdere intensivering van landbouw en veeteelt een cruciale rol spelen.

bron:Senternovem