Duurzame en dunnere Wet Hoger Onderwijs door zorgplicht



In de nieuwe Wet op het hoger onderwijs, die dit najaar naar de Tweede Kamer wordt gestuurd, zullen zorgplichten worden opgenomen. Met deze zorgplichten worden kaders aangegeven die universiteiten, hogescholen en studenten zelf verder kunnen invullen. Hiermee wordt vanuit Den Haag minder regelgeving opgelegd, zal de nieuwe Wet op het hoger onderwijs minder aan verandering onderhevig zijn, kunnen instellingen zich beter van elkaar onderscheiden en kan meer recht worden gedaan aan maatschappelijke ontwikkelingen. De zorgplicht gaat gelden op het terrein van de medezeggenschap van studenten, de inrichting van de bestuurlijke organisatie en de kwaliteit van het onderwijs.

De ministerraad heeft ingestemd met dit voorstel van minister Van der Hoeven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, minister Donner van Justitie en staatssecretaris Rutte van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 
 
De drie terreinen waarvoor de zorgplicht zal gelden, worden in de nieuwe Wet op het hoger onderwijs nog uitgewerkt. Voor de medezeggenschap wordt eerst nog de evaluatie van de Wet Modernisering Universitaire Bestuursorganisaties (MUB) afgewacht. De studenten is toegezegd dat de wet helderheid zal bieden over de medezeggenschapsrechten van de studenten. De zorgplicht zal betrekking hebben op de procedures rond de medezeggenschap, zodat deze verder op het niveau van universiteit en hogeschool uitgewerkt kan worden. De zorgplicht voor de inrichting van de bestuurlijke organisatie zal de instellingen meer mogelijkheden bieden om de organisatie af te stemmen op maatschappelijke ontwikkelingen. Daarnaast kan de zorgplicht de basis zijn om tot een gezamenlijke code voor goed bestuur te komen. De zorgplicht die de kwaliteit van het hoger onderwijs regelt zal zich richten op de eisen die op dit moment in het kader van accreditatie worden gesteld. Nu worden nog alle opleidingen in het hoger onderwijs afzonderlijk geaccrediteerd. Dit zal worden vereenvoudigd door op bredere 'domeinen' te accrediteren, waardoor universiteiten en hogescholen minder met administratieve lasten te maken krijgen.  
 
De direct betrokkenen krijgen met de wet ook middelen in handen om inspraak en betrokkenheid af te dwingen, met bijvoorbeeld een geschillencommissie. Verder wordt naast een College van Bestuur ook een Raad van Toezicht ingesteld. Naast het toezicht op instellingsniveau houdt de minister zijn stelselverantwoordelijkheid en kan hij de bekostiging opschorten of inhouden. De instellingen worden verplicht om in hun jaarverslag te melden welke klachten en geschillen er zijn geweest en hoe deze zijn opgelost. Als deze middelen niet tot een oplossing leiden, kan uiteindelijk een rechterlijke procedure worden aangespannen tegen de universiteit of hogeschool. 

bron:RVD



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: