Minister Van der Hoeven stelt voor het schooljaar 2006-2007 50 miljoen euro extra beschikbaar voor de voor- en naschoolse opvang. Alle basisscholen krijgen een vast bedrag en een bedrag per leerling. Dit schrijft minister Van der Hoeven vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.

Om scholen bij de invoering van de voor- en naschoolse opvang te ondersteunen, stelt de minister éénmalig 50 miljoen euro beschikbaar. Hiermee kan op iedere basisschool een medewerker een jaar lang ongeveer vijf uur per week (afhankelijk van de schoolgrootte) de coördinerende werkzaamheden doen. Scholen moeten zich vanaf 1 januari 2007 voorbereiden op de invoering van de voor- en naschoolse opvang. Dat betekent dat scholen moeten inventariseren of en wat ouders willen. Scholen die willen, kunnen ook nu al starten. Vanaf het schooljaar 2007-2008 is het aanbieden van voor- en naschoolse opvang verplicht voor alle scholen. De school verzorgt dit alleen als ouders daar om vragen. Het schoolbestuur van het basisonderwijs wordt verantwoordelijk voor het (laten) organiseren van de voor- en naschoolse opvang. Hoe en waar dit wordt georganiseerd is aan de school en ouders. Voordat er wordt besloten of er structurele financiering nodig is, wordt bekeken of en zo ja hoeveel extra tijd scholen kwijt zijn aan de nieuwe taken.
Werkgevers-, werknemers- en ouderorganisaties uit het onderwijs en de kinderopvang hebben een werkgroep opgericht onder de naam Werkgroep Onderwijs Kinderopvang. Deze werkgroep heeft als doel om goede voorbeelden te verzamelen, informatie uit te wisselen en draagvlak te creëren. Het kabinet heeft voor de werkgroep een bedrag van 40.000 euro voor 2006 en hetzelfde bedrag voor 2007 beschikbaar gesteld.

bron:OCW