Eenheid Nederlands episcopaat tijdens WOII was broos



Het verzet van de Nederlandse bisschoppen tijdens Wereldoorlog II wekt terecht bewondering. Maar zestig jaar na dato is het tijd voor wat kanttekeningen. Aldus redacteur Ton Crijnen vandaag op Dodenherdenking in het dagblad Trouw. Hieronder zijn artikel.

Si, si, sono forti e corragiosi, il ammiro. "Ja, ja, ik bewonder hun kracht en hun moed." Deze uitspraak van paus Pius XII, in de zomer van 1943 door de priester en kerkmusicus J. de Bruijn aan de Utrechtse aartsbisschop Jan de Jong overgebracht, heeft sindsdien het beeld van de Nederlandse bisschoppen tijdens de Tweede Wereldoorlog bepaald. Wat de houding van aartsbisschop De Jong en de bisschoppen Huibers van Haarlem en Lemmens van Roermond betreft, is dat terecht. Maar geldt het ook voor hun collega's Hopmans (Breda) en Diepen (Den Bosch)?

Peter Hopmans, in 1865 geboren en in 1914 tot bisschop van Breda benoemd, was een aartsconservatieve prelaat van wie tijdens de oorlog weinig uitging. Kerkhistoricus Ton van Schaik vertelt dat op de dag van de Duitse inval, 10 mei 1940, de bisschop Breda per auto ontvluchtte. Hopmans was zo in paniek dat hij zijn secretaris, toen die onderweg uitstapte om een gewonde te helpen, liet staan.

Arnold Diepen, geboren in 1860 en vanaf 1915 bisschop, stond bekend als een ongemakkelijke man. Statig en uiterst clericaal. Bij hem speelde zijn hoge leeftijd -hij was tachtig toen de Duitsers binnenvielen en overleed begin 1943- een steeds negatievere rol. Hierdoor verloor hij geleidelijk de greep op de gebeurtenissen. Vanaf mei 1942 bestuurde Willem Mutsaerts als co-adjutor in feite het bisdom Den Bosch. Hij zat meer op de lijn De Jong-Huibers-Lemmens.

Hoe broos de eenheid binnen het bisschoppencollege aanvankelijk was, werd kort na het begin van de Duitse bezetting al duidelijk. Op 29 mei 1940 aanvaardde Reichskomissar Seyss-Inquart het gezag over het verslagen Nederland met een verzoenende rede in de Ridderzaal. Zijn ogenschijnlijke mildheid had grote weerklank. Ook in rooms-katholieke kring vonden velen, onder wie een deel van de werkgevers- en werknemersbeweging, dat men positief moest reageren. De Jong verwierp dat idee; hij wantrouwde Hitlers stadhouder. In tegenstelling tot Diepen en Hopmans. Die gingen zelfs zover dat ze het kerkelijk verbod uit 1936 - op het 'in belangrijke mate' steun verlenen aan de NSB - wilden verzachten.

De Jong bleef tegen, ook toen de Bossche bisschop bij wijze van compromis voorstelde de paus te raadplegen. 'Wij, Nederlandse bisschoppen, dienen ons eigen geweten te volgen', hield De Jong de bisschop voor. Met moeite wist de aartsbisschop beide Brabantse bisschoppen van hun plan af te houden.

Ruim zeven maanden later had De Jong zijn twee collega's zover gekregen dat ze hun handtekening zetten onder een herderlijk schrijven waarin de Nederlandse bisschoppen het lidmaatschap van de NSB in feite verboden. Door hun toegevende houding verhinderden Diepen en Hopmans dat, zoals De Jong wilde, het episcopaat al in het eerste bezettingsjaar het voortouw nam in het principiële verzet tegen de bezetter. Want de aartsbisschop was weliswaar voorzitter van de bisschoppenconferentie, maar iedere bisschop was baas in eigen bisdom.

De Jong moest dus elke keer alle vier de collega's van zijn gelijk zien te overtuigen, om zo de wankele eenheid binnen het college te handhaven. Dat was des te belangrijker in een tijd waarin het gezag van bisschoppen bij de meeste gelovigen nog het aureool van dwingende onaantastbaarheid bezat.

De bisschoppen Huibers van Haarlem - die bekendstond als een man met een praktisch verstand - , en Lemmens van Roermond - door tijdgenoten omschreven als 'vurig en vroom' - zaten vrijwel altijd op één lijn met De Jong. Met de twee andere bisschoppen was dat minder het geval. Die lieten hun drie ambtsbroeders in oktober 1940 weten er niets voor te voelen om de gelovigen in hun diocees te verbieden om te collecteren voor de door de Duitsers ingestelde Winterhulp, een steunprogramma voor 'behoeftige Nederlandse staatsburgers'.

In dezelfde maand zetten Diepen en Hopmans opnieuw de hakken in het zand. De aartsbisschop stelde zijn collega's voor dat het episcopaat zich achter het protest van zeven protestantse kerkgenootschappen zou scharen. Dat protest was gericht tegen het ontslag van Joden uit overheidsdienst en tegen de Ariërverklaring. De twee Brabantse bisschoppen vonden steun aan dit protest echter te ver gaan en torpedeerden het plan.

Geleidelijk slaagde De Jong er steeds beter in alle bisschoppen achter zich te krijgen. Dat culmineerde juli 1942 in het inmiddels wereldberoemde herderlijke protest - samen met de protestantse kerken - aan het adres van Seyss-Inquart over het wegvoeren van de Joodse Nederlanders. Maar toen had Mutsaerts de plaats van Diepen binnen de vergaderingen van het episcopaat al ingenomen, en kon de aartsbisschop de geïsoleerde Hopmans steeds vaker voor het blok zetten.

bron:RKK



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: