Inwoners van de Zuid-Hollandse gemeente Rijnwoude moeten 3 tot 5 maal zoveel betalen voor een bouwvergunning dan de bewoners van de eveneens Zuid-Hollandse gemeente Albrandswaard. Uit onderzoek van Vereniging Eigen Huis blijkt dat de verschillen in bouwleges enorm zijn en ook bijzonder hardnekkig. Voor Eigen Huis is de situatie onacceptabel. Gemeenten moeten worden gedwongen helderheid te geven over de oorzaken van deze verschillen, die door huiseigenaren als onrechtvaardig worden ervaren.

Voor het vierde jaar op rij constateert Vereniging Eigen Huis enorme verschillen in de gemeentelijke tarieven voor bouwvergunningen. Uit een steekproef onder 40 gemeenten komt de gemeente Rijnwoude naar voren als veruit de duurste gemeente.  Zo betaalt men in Rijnwoude een toptarief van 479 euro voor de vergunningaanvraag ten behoeve van een dakkapel. Tweede op de ranglijst is Rotterdam, die hiervoor een factuur stuurt van 360 euro. Andere gemeenten rekenen aanzienlijk minder. Den Haag vraagt 112 euro en Albrandswaard 101 euro.  Het landelijk gemiddelde van de legeskosten voor een bouwwerk
van 10.000 euro ligt op 220 euro. Voor een woning met een aanneemsom van 130.000 euro rekent Rijnwoude met ruim 5700 euro wederom het hoogste tarief. Dat is bijna het dubbele van het landelijk gemiddelde dat op 2928 euro ligt. Terneuzen en Bergschenhoek zijn in dit geval de minst dure gemeenten. Zij vragen rond de 1900 euro.

Hoewel de onderlinge verschillen tussen de bouwleges nog net zo groot zijn als vorig jaar, zijn de gemiddelde kosten voor een vergunningaanvraag dit jaar nauwelijks gestegen. Amstelveen, vorig jaar nog een van de duurste gemeenten, heeft de tarieven voor de bouwleges met bijna de helft verlaagd en behoort nu tot de middenmoot. Ook de gemeente Den Haag is flink goedkoper geworden, vooral voor inwoners die een 'lichte bouwvergunning' aanvragen, bijvoorbeeld voor een dakkapel.

Een opvallende uitkomst van het onderzoek betreft de zogenaamde Vinexgemeenten waar grote bouwstromen van gelijksoortige woningen worden gerealiseerd. De prijs voor een bouwaanvraag zou daar per woning lager moeten liggen, omdat vergunningaanvragen efficienter door de gemeente kunnen worden afgehandeld. Uit het onderzoek van Vereniging Eigen Huis blijkt hier echter niets van. De Vinexgemeenten rekenen zelfs een licht hogere
prijs dan gemeenten zonder grote bouwlocaties.

De oorzaak van de enorme tariefverschillen blijft volkomen onduidelijk. Veel gemeenten hebben geen idee wat de behandeling van een bouwaanvraag in werkelijkheid kost. Kostenregistraties zijn niet eenduidig en iedere gemeente bepaalt min of meer zelf welke kosten zij toerekenen aan de behandeling van een vergunningaanvraag. Gemeentelijke overheadkosten die geen enkel verband houden met een bouwaanvraag, mogen daar echter niet aan worden toegerekend. In de praktijk blijkt dit wel voor te komen en worden de kosten voor de huiseigenaar op deze manier kunstmatig verhoogd.

Op dit moment is er voor gemeenten geen enkele prikkel om bij de vergunningverlening efficient te werken en daarmee de kosten binnen de perken te houden. Alle kosten kunnen straffeloos bij vergunningaanvragers in rekening worden gebracht, zonder dat de gemeentelijke prestaties worden getoetst. Voorgaande onderzoeken van Vereniging Eigen Huis hebben steeds geleid tot kamervragen. Onlangs heeft het Kabinet aangekondigd om vóór oktober van dit jaar met een richtlijn voor gemeenten te komen die moet zorgen voor uniformiteit in de kostentoerekening en in de gehanteerde tarieven. Hoewel Vereniging Eigen Huis positief is over deze ontwikkeling is zij van mening dat de richtlijn van het Kabinet niet vrijblijvend mag zijn en als dwingende regeling aan alle
gemeenten moet worden opgelegd. Alleen op die manier kan inzicht worden verkregen in de kosten- en prestatieverschillen van gemeenten. Eigen Huis verwacht dat verbeterde controlemogelijkheden zullen leiden tot efficiëntere werkwijzen en navenant lagere tarieven.

bron:Eigen Huis