De militaire kamer van het gerechtshof te Arnhem heeft bij beschikking van 12 oktober 2005 aan de sergeant Erik O een  schadevergoeding van 10.000,-- Euro toegekend. Er was een bedrag van 300.000 euro gevraagd.

 

Het gerechtshof is van oordeel dat het wettelijk systeem alleen vergoeding toestaat van die schade, die het rechtstreeks gevolg is van de vrijheidsbeneming. Schade die het gevolg is van de strafvervolging als zodanig kan niet vergoed worden via de thans gevolgde procedure.

O. is van 31 december 2003 tot 6 januari 2004 van zijn vrijheid beroofd geweest. Naar de gebruikelijke maatstaven zou dat een vergoeding van niet meer dan 6 x 95,-- euro betekenen. Het hof is echter van oordeel dat er in deze zaak sprake is van bijzondere, op de vrijheidsbeneming betrekking hebbende omstandigheden, die afwijking van de standaardvergoeding rechtvaardigen.

Het hof merkt als zodanig aan:
a) dat verzoeker, een gewaardeerd militair, voor de ogen van zijn collega's is gearresteerd en zijn uitzending niet heeft kunnen afmaken;
b) de -onhoudbaar gebleken- zware kwalificatie van de feiten, waarop het openbaar ministerie de inverzekeringstelling en de verlenging daarvan heeft gebaseerd;
c) de weinig terughoudende verdediging van het onder b) genoemde standpunt op de televisie en nog voordat de rechter(-commissaris) zich over de voorlopige hechtenis had kunnen uitlaten.

Op grond daarvan komt het hof tot zijn oordeel dat er, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn tot toekenning van een bedrag van 10.000,--euro terzake immateriële schade. Daarnaast kent het hof een bedrag van 896,--euro toe als compensatie voor het verlies van (dubbeltelling van) pensioendagen.

Bij afzonderlijke (niet gepubliceerde) beschikking heeft de voorzitter van de militaire kamer een vergoeding van in totaal 2.617,32 euro toegekend voor reiskosten en de met de verzoekschriften gemoeide kosten van de raadsman

bron:Gerechtshof Arnhem