Europeese visserijregels massaal ontdoken.



Omdat het aantal inbreuken op de voorschriften van het gemeenschappelijk visserijbeleid in 2003 sterk is toegenomen dringt de Europeese Commissie aan op maatregelen.

e Europese Commissie heeft vandaag het vierde jaarverslag over ernstige inbreuken op de voorschriften van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) gepubliceerd. Uit dat verslag blijkt dat het aantal ontdekte dergelijke inbreuken is gestegen van 6.756 in 2002 tot 9.502 in 2003 (zie Memo/05/183). Deze cijfers zijn gebaseerd op verslagen van de lidstaten. Zij geven aan dat er ondanks grote inspanningen om belanghebbenden sterker bij het visserijbeleid te betrekken en om de handhaving te verbeteren nog meer moet worden gedaan om potentiële overtreders van de voorschriften af te schrikken. De cijfers maken echter ook duidelijk dat bij het verzamelen en doorgeven van de betrokken gegevens door de lidstaten nog steeds sprake is van tekortkomingen wat de kwaliteit en de uniformiteit betreft. Daardoor is het moeilijk om die gegevens onderling te vergelijken en te beoordelen. Het gaat hier om gegevens over de opsporing en de vervolging van de in maart 1999 onderscheiden 19 typen van ernstige inbreuken op de voorschriften van het GVB. De Commissie zal nu de lidstaten raadplegen over de vraag hoe kan worden gezorgd voor verbetering wat het verzamelen en aan de Commissie verstrekken van die gegevens betreft. Met de invoering van de betrokken verslaglegging werd beoogd de doorzichtigheid te vergroten om de vissers meer vertrouwen te geven in een eerlijke en uniforme toepassing van de voorschriften in de hele Unie en zo een betere naleving van die voorschriften te bevorderen. Nu blijkt uit het verslag van de Commissie ook dat de gemiddelde boete die wordt opgelegd, sterk van lidstaat tot lidstaat verschilt. De uitersten waren 282 euro in Finland en 77.922 euro in het Verenigd Koninkrijk. Op EU-niveau is de gemiddelde boete echter gestegen van 1.757 euro tot 4.664 euro in 2003. Dit bedrag blijft niettemin te laag om echt een afschrikkend effect te kunnen sorteren. Zo kwamen de in 2002 opgelegde boetes overeen met slechts 4/1.000 van de waarde van de in dat jaar aangevoerde vis.

"Een betere naleving van de voorschriften is cruciaal voor een duurzame visserij. Overtreding van de voorschriften van het GVB is verre van een onschuldige daad en veroorzaakt integendeel biologische, economische en maatschappelijke kosten. Daarom moet iedereen die zich echt voor een duurzame visserij wil inzetten, zijn best doen om zelf de voorschriften van het GVB toe te passen en om die ook door anderen te doen toepassen.", aldus Joe Borg, Commissaris voor Visserij en Maritieme Zaken.

Volgens het verslag is 88% van de gemelde inbreuken ontdekt door vijf lidstaten: Spanje, Italië, Portugal, Griekenland en Frankrijk. De eerste drie landen, die de grootste vloten hebben, hebben ook de meeste gevallen gemeld.

Ongeoorloofde visserij was goed voor 22% van de gevallen en visserij zonder vergunning voor 17%. In 84% van de gevallen werd een boete opgelegd. De hoogte van de boete verschilde sterk. Zo liep de boete voor ongeoorloofde visserij bijvoorbeeld uiteen van 375 euro in België tot 19.255 euro in het Verenigd Koninkrijk. In 4.720 gevallen werd beslag gelegd op het vistuig

De Commissie vindt dat een administratieve sanctie zoals schorsing van de visvergunning een doeltreffend middel kan zijn om naleving van de voorschriften te bevorderen, omdat een dergelijke sanctie snel kan worden toegepast. Zij betreurt daarom dat de meeste lidstaten dit middel niet vaker gebruiken.

De soms aanzienlijke verschillen tussen de gegevens zijn toe te schrijven aan een aantal factoren, waaronder het feit dat sommige gegevens misschien ook betrekking hebben op recreatievisserij en andere niet onder het GVB vallende visserijactiviteiten. Wat de boetes betreft, is in sommige gevallen in het gemelde bedrag waarschijnlijk ook de waarde begrepen van het vistuig of de vangsten waarop beslag is gelegd. Die waarde had afzonderlijk moeten worden gemeld.

Belanghebbenden hebben aangegeven dat een uniformere en meer doeltreffende handhaving van de voorschriften één van de prioriteiten diende te zijn van de in december 2002 doorgevoerde hervorming van het GVB. Meer doorzichtigheid is in dit verband van cruciaal belang. Tot die doorzichtigheid zal ook worden bijgedragen door het in Vigo (Spanje) te vestigen Communautair Bureau voor visserijcontrole en door de regionale adviesraden.
 
 
bron:EU



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: