Evaluatie Schiedammer Parkmoord



Het College van procureurs-generaal laat de opsporing en vervolging in de Schiedammer parkmoord evalueren.

Het doel van het evaluatieonderzoek is vast te stellen hoe de
waarheidsvinding is verlopen, om er lering uit te trekken ter verhoging
van de kwaliteit van de opsporing en vervolging. Het onderzoek richt
zich op wat in het opsporingsonderzoek en de vervolging is gebeurd ten
aanzien van de kwaliteit van de bewijsvergaring, bewijsanalyse en
bewijspresentatie, zowel in het dossier als ter terechtzitting. Dit
geldt zowel de behandeling in eerste aanleg bij de rechtbank in
Rotterdam, als in hoger beroep bij het gerechtshof in Den Haag. Het is
nadrukkelijk niet de bedoeling om naar zondebokken te zoeken, maar om
aanknopingspunten voor verbeteringen van het proces van
waarheidsvinding te vinden. De rol van de rechters wordt omwille van de
onafhankelijkheid van de zittende magistratuur buiten beschouwing
gelaten. De onderzoeker rapporteert aan het College van
procureurs-generaal.

Om het onderzoek de nodige distantie te geven, wordt het uitgevoerd
door een advocaat-generaal van een ander ressortsparket, mr. F.
Posthumus uit Amsterdam. Hij wordt bijgestaan door twee externe
deskundigen, prof. mr. Y. Buruma, hoogleraar aan de Radboud
Universiteit in Nijmegen, en dhr. A. de Vries, voorheen plv. korpschef
van de politieregio Gelderland-Midden. Medewerking wordt verder
verleend door een team van politiemensen die deel uitmaakten van het
voormalig Landelijk Team Kindermoord (LTK), vanwege de bij hen
opgebouwde expertise. Ook de voormalige LTK-officier van justitie, mr.
E. van der Bijl, is betrokken bij het evaluatieonderzoek. Geen van de
bij de evaluatie betrokken politiemensen en OM'ers heeft bemoeienis
gehad in het bewuste onderzoek naar de Schiedammer parkmoord.

Zowel de politie Rotterdam-Rijnmond als het parket Rotterdam was al
gestart met een evaluatieonderzoek, dat met het instellen van dit
onderzoek is gestaakt. De bevindingen tot nu toe worden uiteraard
beschikbaar gesteld aan mr. Posthumus.

Op 22 juni 2000 werd in het Beatrixpark in Schiedam een tienjarig
meisje om het leven gebracht. De hoofdverdachte in deze zaak werd op 8
maart 2002 in hoger beroep tot 18 jaar gevangenisstraf en TBS
veroordeeld. Inmiddels wijst nieuw DNA-onderzoek met een vrij grote
mate van zekerheid in de richting van een andere verdachte, die in juli
2004 is aangehouden.

Bron: Openbaar Ministerie



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: