Selecteer een pagina

In 2008 begint een experiment met de
aanwezigheid van advocaten bij politieverhoren. Het gaat daarbij om
verhoren van verdachten van voltooide levensdelicten. De looptijd
is naar verwachting twee jaar. Dat schrijft minister Hirsch Ballin
(Justitie) aan de Tweede Kamer in de voortgangsrapportage
versterking opsporing en vervolging. Het kabinet voert hiermee een
motie van de Tweede Kamer uit.

Tijdens het experiment mogen advocaten
aanwezig zijn bij het eerste (inhoudelijke) verhoor van verdachten
van voltooide levensdelicten. Zij kunnen er dan onder meer op
toezien dat de verklaring van de verdachte juist wordt weergegeven
in het procesverbaal en er geen sprake is van ongeoorloofde
pressie.

Verhoor

Advocaten mogen tijdens het verhoor geen
vragen beantwoorden en geen (oog-)contact maken met de verdachte.
Ook mogen zij zich niet met de inhoud van het verhoor bemoeien.

Als de advocaat vindt dat het verhoor niet
volgens de regels verloopt, kan hij de leiding van het verhoor
daarop aanspreken. De advocaat kan ook na afloop op- of
aanmerkingen maken. Deze worden opgenomen in het procesverbaal.

In alle gevallen wordt een audiovisuele
opname van het verhoor gemaakt. De betrokken politie-organisaties
passen de verhoorkamers daarop aan.

Recht

Hirsch Ballin schrijft dat de aanwezigheid
van de advocaat geen blokkerend recht is.

Dit betekent dat het verhoor toch kan
beginnen als de advocaat niet op tijd aanwezig kan zijn. Ook kan
het verhoor zonder raadsman plaatsvinden als dat nodig is voor het
opsporingsbelang.

Experiment

Voor het experiment worden in twee
arrondissementen politieregio's geselecteerd. Er zullen ongeveer
honderd verdachten per jaar worden verhoord in het bijzijn van hun
advocaat.

Bron: MinJus