Forse aanpak gewelddadig radicalisme



Kabinet wil forse aanpak geweldadig radicalisme.

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) wordt uitgebreid.
Ook komen er meer middelen om vaker gebruik te kunnen maken van
persoon- en/of objectbeveiliging. Verder kan in de toekomst van iemand
met een dubbele nationaliteit de Nederlandse nationaliteit worden
afgenomen. Als blijkt dat een moskee in strijd handelt met de openbare
orde zal het openbaar ministerie bij de rechtbank vorderen dat deze
wordt verboden verklaard en ontbonden. Ook investeert het kabinet in
het wegnemen van de voedingsbodem voor radicalisering door
professionals in te zetten om signalen tijdig te onderkennen en daarop
maatregelen te nemen. Dit zijn de hoofdpunten uit een vandaag
verschenen brief aan de Tweede Kamer van de ministers Donner (Justitie)
en Remkes (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), mede namens
minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie), na aanleiding van
de moord op Van Gogh.

Gezamenlijk persbericht van de ministeries van BZK enJustitie

De aanslag met terroristisch karakter op Theo van Gogh heeft Nederland
enorm geraakt, niet alleen vanwege de wijze waarop zij werd gepleegd en
het vermoedelijke motief van de daad, maar vooral ook vanwege de
onomkeerbare conclusie dat sommigen in onze samenleving vergaand
geradicaliseerd zijn en de implicaties van deze conclusie voor de
leefbaarheid van de samenleving en de onderlinge verhouding van
bevolkingsgroepen daarin. Nederland kan en mag zich niet neerleggen bij
het gegeven dat kleine minderheden met moord en geweld hun opvattingen
doorzetten en een klimaat scheppen waarin anderen hun eigen overtuiging
en mening niet meer zouden durven uiten. Wie met geweld zijn geloof en
mening aan anderen wil opleggen of respect daarvoor wil afdwingen,
verdient geen ruimte.

Sinds 11 maart 2003 zijn in het kader van terrorismebestrijding al
verschillende beleidsvoornemens en wetswijzigingen in gang gezet. De
gebeurtenissen van de afgelopen dagen geven aanleiding om op dat punt
nog een aantal aanvullende stappen te nemen. Het Kabinet kondigt daarom
aanvullende maatregelen aan om radicalisering, alsmede de vergiftiging
van de onderlinge verhoudingen door die radicalisering, tegen te gaan.

AIVD
Er komt een verbreding van de observatie van personen die op enigerlei
wijze zijn te relateren aan het terrorisme, radicaliseringsprocessen of
ondersteuning daarvan. Tevens wordt er intensiever gezocht naar nog
onbekende geradicaliseerde of extremistische personen die niet te
relateren zijn aan bij Justitie en veiligheidsdiensten bekende
netwerken en/of personen. Tevens zal de AIVD intensiever geanalyseerde
inlichtingen en risico-indicatoren leveren op basis waarvan andere
overheidsorganisaties en het lokaal bestuur gericht vanuit hun taken en
verantwoordelijkheden een rol kunnen spelen bij de bestrijding van
terrorisme en radicalisering. Tevens wordt de nationale recherche
uitgebreid met een eenheid terrorisme

Bewaken en beveiligen Sedert de invoering van het nieuwe stelsel van
bewaken en beveiligen is er sprake van een toenemende stroom bewakings-
en beveiligingsopdrachten naar aanleiding van potentiële en concrete
dreigingen jegens personen, objecten en diensten. Publieke personen die
openlijk hun mening verkondigen worden steeds vaker en ernstiger
bedreigd. Dat betekent dat een groeiend beroep zal worden gedaan op de
beschikbare capaciteit voor de verschillende vormen van objectbewaking
en persoonsbeveiliging. Om die reden wordt de capaciteit in het
centrale en decentrale domein uitgebreid. Dit wordt mogelijk door het
beschikbaar stellen van extra middelen. Het systeem bewaking en
beveiliging biedt thans de mogelijkheid om in concrete gevallen
personen toe te voegen aan het Rijksdomein als de
beveiligingsproblematiek het decentrale domein overstijgt.

Voedingsbodem radicalisering Isoleren, tegengaan en beperken zijn de
drie invalshoeken van waaruit het gewelddadig islamitisch radicalisme
bestreden zal moeten worden.

Isoleren
Radicale en terroristische acties kunnen alleen blijven voortbestaan
bij de gratie van een omgeving die deze acties actief of passief
goedkeurt en ondersteunt. Afwijzing van gewelddadig radicalisme door de
directe sociale omgeving verzwakt het draagvlak voor het gebruik van
door het islamisme geïnspireerd geweld. Die afwijzing is evenwel alleen
dan te mobiliseren wanneer er een daadwerkelijke binding tot stand komt
tussen de overgrote meerderheid van moslims die geweld afwijzen en de
samenleving als geheel. Daartoe komt er in de eerste plaats een
programma van acties dat tot doel heeft een tegenwicht te bieden aan
radicale stromingen binnen de islam. Dit actieprogramma is er op
gericht de bewustwording van de gevaren van radicalisering te
bevorderen. Door middel van een veelheid van interventies wil dit
programma professionals in het onderwijs, de politie, de
(jeugd)hulpverlening, toerusten om alerter te kunnen reageren op en
tegenwicht te kunnen bieden tegen (beginnende) vormen van
radicalisering. Als onderdeel van het programma zal ook informatie
worden gegenereerd tegen het radicaal-politieke islamitisch
gedachtegoed. Opvattingen van liberaal-islamitische denkers en
publicisten zullen daarbij onder de aandacht worden gebracht. Een ander
onderdeel van het programma bestaat uit het opzetten van een netwerk
van personen die kunnen optreden wanneer er signalen zijn van opkomende
radicalisering bij personen of groepen.

Tegengaan en verstoren Bij de verspreiding van een gewelddadige
radicaal islamitische ideologie hebben voorgangers, leraren, ideologen,
imams vaak een belangrijke rol als begeleider en katalysator. Als
blijkt dat activiteiten in strijd zijn met de wet of dat systematisch
sprake is van strijdigheid met de openbare orde, zal daartegen zo veel
mogelijk strafrechtelijk worden opgetreden. Tegen personen waarop de
vreemdelingenwet van toepassing is zullen in voorkomende gevallen de
mogelijkheden van verblijfsbeëindiging en uitzettingen ten volle worden
benut. Personen tegen wie een gegronde verdenking bestaat dat zij zich
vanuit het buitenland in Nederland willen vestigen met het doel de
radicaal islamitische ideologie te verspreiden zal de toegang worden
ontzegd. Verder zal het kabinet met spoed een wetsvoorstel in procedure
brengen dat het mogelijk maakt dat om hen die beschikken over een
dubbele nationaliteit de Nederlandse nationaliteit te ontnemen, wanneer
zij essentiële belangen van de staat schaden.

Als blijkt dat werkzaamheden van een rechtspersoon, ook als die een
moskee vormt, in strijd zijn met de openbare orde zal het openbaar
ministerie bij de rechtbank vorderen dat deze wordt verboden verklaard
en ontbonden. Ook indien niet strafrechtelijk kan worden opgetreden
maar blijkt dat rond een moskee of andere plaatsen sprake is van
activiteiten die onacceptabel zijn in de Nederlandse samenleving, zal
de overheid hier om die reden ingrijpen met andere mogelijkheden en
bevoegdheden teneinde hieraan een halt toe te roepen. Dat kan
geschieden door een combinatie van maatregelen op het terrein van
vreemdelingenrecht, financiële toezicht en controle en politiek
bestuurlijke maatregelen.

Beperken
De aantrekkingskracht van radicaal-islamitische stromingen kan ook
worden verminderd wanneer jonge moslims in ons land meer binding met
onze samenleving hebben en in sociaal-economisch opzicht meer
perspectief. Daarvoor is het in de eerste plaats nodig dat de overgang
van onderwijs naar werk voor jongeren goed verloopt. Het kabinet zal
zich met de Taskforce Jeugdwerkloosheid beraden over een toespitsing
van de aanpak van jeugdwerkloosheid op allochtone jongeren. Het is een
bekend gegeven dat een allochtone herkomst in veel
sollicitatiesituaties een nadelig effect heeft op de kansen om een baan
te krijgen. Ook in andere maatschappelijke contexten is er sprake van
uitsluiting. Met name in het uitgaansleven speelt dit. Door deze vormen
van discriminatie wordt het voor allochtone jongeren moeilijk zichzelf
te zien als medeburgers van een gedeelde samenleving. Radicale
ideologen gebruiken deze vormen van discriminatie gretig om een
verwijdering te bewerkstelligen tussen de jongeren die zij trachten te
beïnvloeden en de rest van de samenleving. Het kabinet wil komen tot
een activeringsprogramma voor personen en organisaties om zicht open te
stellen voor allochtone jongeren.

Onderzoek verdachte De brief gaat tevens in op informatie rondom het
onderzoek naar de verdachte van de moord op Van Gogh. Daarbij wordt
aangetekend dat het strafrechtelijk onderzoek naar de moord gaande is
en dat daarnaast het inwinnen van informatie over en onderzoeken van de
gebeurtenissen waarmee deze samenhangt, doorgaat. Getracht is evenwel
in de brief een zo volledig mogelijk beeld te bieden, zodat slechts een
beperkt een vertrouwelijke aanvulling nodig is in het kader van de
commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten.

Mohammed B. was al voor de daad in het zicht gekomen van politie,
justitie en de veiligheidsdienst. Hij is veroordeeld voor
wederspannigheid, belediging en eenvoudige mishandeling. Tegen
betrokkene staan buiten de zaak waarvoor hij thans preventief
gedetineerd is, nog twee zaken open. Deze zaken betreffen
wederspannigheid en bedreiging (gooien met een prullenbak).

Om zicht te krijgen op hetgeen bij de onderscheiden diensten en
instanties bekend was en ondernomen is met betrekking tot Mohammed B.
in relatie tot de thematiek van radicalisering en terrorisme is het
noodzakelijk deze feiten in een bredere context te bezien. Vandaar dat
in nauwe samenwerking met de gemeente Amsterdam een feitenreconstructie
is opgesteld, waarin naast de bekende feiten over de verdachte ook
relevante feiten met betrekking tot het netwerk waarin hij verkeerde -
bij de AIVD aangeduid als het Hofstadnetwerk - zijn opgenomen. Deze
feitenreconstructie, die als bijlage is opgenomen bij deze brief, laat
zien dat Mohammed B. in augustus 2002 zijdelings in beeld kwam bij de
AIVD.

De politieke islam is vanaf het midden van de jaren negentig prominent
in de aandacht van de BVD/AIVD. In dat kader zijn verschillende
openbare rapporten uitgebracht waarin gewaarschuwd werd voor een
voortgaand radicaliseringsproces onder moslims in Nederland en de
gevaren van terrorisme. Deze waarschuwingen waren gebaseerd op
intensief onderzoek naar verschillende netwerken van personen die in
toenemende mate radicale opvattingen uitten. Een van die netwerken
betrof een groep moslims die in de loop van 2002 in toenemende mate de
aandacht trok, was de bij de AIVD als Hofstadgroep aangeduidde netwerk
van personen die voor een belangrijk deel in Amsterdam verbleven.

In de onderzoeken naar Hofstadnetwerk is, zoals uit het feitenrelaas
blijkt, de naam van de verdachte Mohammed B. meermalen naar voren
gekomen. Hij was bekend bij AIVD, politie en Openbaar Ministerie. De
beschikbare informatie over hem rechtvaardigde de conclusie dat hij
ondersteunend optrad ten behoeve van de kernleden van het
Hofstadnetwerk, maar dat hij in deze kring geen sleutelrol vervulde. Er
waren geen indicaties dat de verdachte -individueel of in samenwerking
met anderen- voorbereidingen trof voor een aanslag.

Op basis van de met de betrokken diensten en instanties opgestelde
feitenreconstructie wordt geconstateerd dat, met inachtneming van de
daarvoor geldende wettelijke kaders, tussen de betrokken instanties en
diensten regelmatig contacten zijn geweest waarin relevante informatie
is uitgewisseld over de verdachte en de context waarin hij heeft
geopereerd. Ook is meerdere malen informatie uitgewisseld tussen de
AIVD en de gemeente Amsterdam over radicaliseringtendensen en de rol
van de moskeeën daarbij in het algemeen en in Amsterdam in het
bijzonder.

Van Gogh
Uit het feitenrelaas blijkt dat er in de jaren voorafgaand aan de moord
op Van Gogh geen informatie bekend was, die wees op het bestaan van een
concrete dreiging tegen zijn persoon. De bedreigingen van Van Gogh
waren zodanig algemeen van karakter dat ze geen aanleiding vormden om
concrete maatregelen te nemen. In de periode is wel op enkele momenten
sprake geweest van een -beredeneerd- voorstelbaar risico, dat ook
aanleiding was voor gepaste maatregelen. Ook achteraf kan niet in
redelijkheid gesteld worden dat op het punt van de beveiliging van Van
Gogh anders beslist had moeten worden.

Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: