De meervoudige kamer van de rechtbank Leeuwarden heeft op 27 juli 2006 een man uit Leeuwarden voor zestien inbraken veroordeeld tot een gevangenisstraf van zestien maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De man beriep zich ten aanzien van de meeste inbraken op zijn zwijgrecht. Een medeverdachte legde bij de politie over deze inbraken wel een voor hemzelf en de Leeuwarder belastende verklaring af, maar beriep zich ter zitting ook op zijn zwijgrecht.

De advocaat van de Leeuwarder betoogde dat de verklaringen van de medeverdachte niet voor het bewijs konden worden gebruikt, omdat de verdediging niet de mogelijkheid had gehad hem te ondervragen en zijn betrouwbaarheid te beoordelen, omdat de medeverdachte zich als getuige ter terechtzitting met succes op zijn zwijgrecht heeft beroepen. De rechtbank achtte de door de medeverdachte bij de politie afgelegde verklaringen betrouwbaar en oordeelde dat deze wel voor het bewijs gebruikt konden worden, omdat de verdediging de gelegenheid heeft gehad over de medeverdachte, zijn eerder afgelegde verklaringen en hetgeen hij ter terechtzitting heeft verklaard naar voren te brengen wat zij noodzakelijk oordeelde.

bron:rechtbank Leeuwarden