De containers op de milieustraat in de
gemeente Oirschot, die een hogere inwerphoogte hebben dan 1,50
meter, hoeven niet te worden aangepast. Dat heeft de
voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Hertogenbosch
vandaag in kort geding besloten.

De gemeente Oirschot vroeg de rechter om
Van Gansewinkel bv, van Kaathoven Laarbeek bv en AVR Milieuservices
Overheidsdiensten bv op te dragen de containers te verlagen. Gezien
de inwerphoogte van meer dan 1,50 meter zouden de containers op de
milieustraat niet gebruiksvriendelijk zijn. Om het inwerpen
gemakkelijker te maken zijn verrijdbare bordestrappen geplaatst.
Desondanks is de gemeente van oordeel dat geen sprake is van een
gebruiksvriendelijke situatie, omdat grote stukken de trap op
moeten worden gesleept en op schouderhoogte moeten worden
ingeworpen. Van Gansewinkel, van Kaathoven Laarbeek en AVR stellen
dat de situatie voldoende gebruiksvriendelijk is, dat er van
serieuze klachten over de hoogte van de containers niet is gebleken
en dat er personeel aanwezig is om zonodig te helpen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de
gebruiksvriendelijkheid afhangt van meerdere factoren, zoals de
aard en omvang van het te storten afval, het te gebruiken
transportmiddel en het aantal aanbieders dat op dezelfde tijd komt
storten. Daarbij wordt als stelregel aangehouden dat degene die het
afval komt brengen, dat afval kennelijk ook in de bus, auto of
aanhanger heeft gekregen en daarmee in staat moet worden geacht het
zelf weer uit dat transportmiddel te halen. Dat betekent dat niet
onlogisch is een inwerphoogte van 1,50 meter als normaal te
beschouwen. De voorzieningenrechter acht onvoldoende aannemelijk
dat het gebruik van de aanwezige trappen onaanvaardbaar is. Naar
het voorlopige oordeel van de rechter moeten de trappen, gelet op
de breedte, het aantal treden, de stevigheid, de leuningen en een
plateau van behoorlijk formaat als voldoende vriendelijk worden
aangemerkt.

Bron: Rechtbank 's-Hertogenbosch