Geen ongelijke behandeling bij franchise



De rechtbank Maastricht heeft gisteren geoordeeld dat het hanteren van een franchise in pensioenregelingen niet leidt tot een onderscheid op grond van geslacht. Hiermee gaat de rechtbank in tegen de mening van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB), die verschillende malen had geoordeeld dat vrouwen door de franchise indirect worden gediscrimineerd. De Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen (VB), die al eerder haar verbazing uitsprak over de oordelen en argumentatie van de CGB, is verheugd over deze uitspraak.

De rechtbank Maastricht heeft een oordeel uitgesproken over een zaak die door een onderwijzeres was aangespannen tegen het ABP. De vrouw is van mening dat tweeverdieners niet in staat zijn om 70% van het salaris als pensioen op te bouwen en dat vrouwen hier onevenredig door gedupeerd worden. Doordat een deel van het inkomen bij de pensioenopbouw buiten beschouwing wordt gelaten in verband met het uitzicht op een AOW-uitkering, zouden tweeverdieners een lager pensioeninkomen genieten dan kostwinners of alleenstaanden.

Uitspraak rechtbank
De rechter heeft geoordeeld dat er geen regel bestaat op grond waarvan een volledig pensioen (inclusief AOW) 70% van het salaris behoort te zijn. Dit staat los van het feit dat dit percentage als streefdoel voor de praktijk zinvol kan zijn. Het gaat erom dat er sprake moet zijn van gelijke beloning. Beloning omvat het basisloon en de overige voordelen - waaronder het aanvullende pensioen - die de werknemer door zijn dienstverband direct of indirect van de werkgever ontvangt.

De rechter is van mening dat er een verschil in inkomen ontstaat doordat eiseres in haar vergelijking ook de AOW-uitkering betrekt. Daarbij wordt ook het AOW-inkomen van de partner toegerekend aan de kostwinner. Ten onrechte, oordeelt de rechter, want de AOW-uitkering is, op grond van artikel 141 van het EG-verdrag, geen beloningsbestanddeel. Bovendien kan de AOW-uitkering van de ene partner, op grond van de Europese richtlijn inzake gelijke behandeling van mannen en vrouwen, niet bij het inkomen van de andere partner worden opgeteld.

De rechter constateert dat er geen verschil is te vinden tussen het aanvullende pensioen van de alleenverdienende kostwinner en dat van elk van de tweeverdieners. Er is geen sprake van ongelijke beloning en dus ook niet van ongelijke behandeling. Het verschil in het totale pensioeninkomen wordt louter veroorzaakt door de verschillende hoogtes van de ongehuwden en gehuwden AOW.

bron:VB



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: