Gegevens ozonmeetinstrument OMI actueel op internet



De actuele toestand van de ozonlaag, gemeten door het nieuwe Nederlands-Finse ozonmeetinstrument OMI, is nu dagelijks voor iedereen via internet te volgen. Het KNMI en de ruimtevaartorganisatie NASA hebben, na grondig onderzoek naar de kwaliteit van de ozonmeetgegevens, groen licht gegeven voor publicatie van de metingen.

De OMI-website www.knmi.nl/omi biedt de links naar de NASA waar de gegevens zijn te vinden, maar u kunt ook rechtstreeks terecht bij http://jwocky.gsfc.nasa.gov).
Nu de ozongegevens van OMI zijn vrijgegeven kan het KNMI verder met de ontwikkeling van een meerdaagse regionale zonkrachtverwachting (UV-index). Bovendien zijn de metingen van belang voor de ontwikkeling van een verbeterd weerbericht voor de luchtkwaliteit tot meerdere dagen vooruit. Het KNMI werkt daarbij samen met verschillende (internationale) partners.

Het Ozone Monitoring Instrument (OMI), dat vorig jaar zomer werd gelanceerd op de NASA EOS-AURA satelliet, werkt uitstekend. Na een testperiode van bijna een jaar zijn de ozonmeetgegevens geschikt voor operationeel gebruik en onderzoek. Het International Panel on Climate Change (IPCC) maakt sinds kort gebruik van OMI om de status van de ozonlaag vast te stellen.

Het OMI-instrument zet de NASA-ozonmeetreeks vanaf de jaren zeventig voort. Terwijl de NASA-satellietinstrumenten in een tiental golflengtes meet, doet OMI dit in maar liefst 1.100 golflengtes. De andere Europese voorgangers van OMI zoals het Nederlands-Duitse instrument Sciamachy meten in meer golflengtes, maar met minder ruimtelijk detail en uitgebreidheid. Waar deze instrumenten enkele dagen nodig hebben om de hele aarde waar te nemen, doet OMI dat in één dag en met meer detail.

Het KNMI heeft de wetenschappelijke leiding over het onderzoek en de operationele verantwoordelijkheid voor de aansturing van het instrument en de gegevensverwerking. Het instituut werkt voor dit doel nauw samen met NASA en het Fins Meteorologisch Instituut.

Het OMI project is uitgevoerd onder leiding van het Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR). Het project wordt gefinancierd door de ministeries van Economische Zaken, Verkeer en Waterstaat, en Onderwijs en Wetenschappen. Het instrument, een technologische topprestatie, is gebouwd door Dutch Space in samenwerking met TNO. De Finse industrie levert de elektronica.

bron:KNMI



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: