In 2004 omschreven bijna negen op de tien Nederlanders van 18 jaar en ouder zichzelf als gelukkig of zeer gelukkig. Hoe hoger het besteedbaar huishoudensinkomen, hoe meer mensen met positieve geluksgevoelens. Inkomen is echter niet de meest belangrijke factor. Gezondheid, burgerlijke staat en etnische herkomst wegen namelijk zwaarder.

Gezondheid staat voorop
Voor het geluksgevoel weegt gezondheid verreweg het zwaarst in de onderlinge vergelijking met sociaal-economische en demografische factoren. Van de mensen die hun eigen gezondheid als minder dan goed beoordeelden, ontbeert een kwart positieve geluksgevoelens. Bij mensen met een goede of zeer goede gezondheid was dit slechts 8 procent.

Gedeelde smart
Het ontbreken van een levenspartner is ongunstig voor het geluksgevoel. Zo zijn weduwen of weduwnaars vier keer zo vaak minder gelukkig dan gehuwden of samenwonenden. Bij gescheiden mensen is het aandeel minder gelukkigen een factor drie groter dan bij gehuwden of samenwonenden en bij nooit getrouwde mensen een factor twee groter.
Volgens elders uitgevoerd onderzoek zijn mensen met een levenspartner gelukkiger omdat ze lief en leed met elkaar kunnen delen: gedeelde smart is halve smart.

Niet-westerse allochtoon veelal minder gelukkig
Westerse allochtonen voelen zich een fractie minder gelukkig dan autochtonen. Bij de niet-westerse allochtonen is de situatie ongunstiger: zij voelen zich twee keer zo vaak minder gelukkig dan autochtonen.

Laagste inkomensgroep minst gelukkig
Inkomen maakt wel gelukkig, maar is zeker niet de meest doorslaggevende factor. Volgens dit onderzoek komt inkomen op de vierde plek, pas na gezondheid, burgerlijke staat en etniciteit.
Van de groep personen met de laagste bijbehorende besteedbare huishoudensinkomens geeft 16 procent aan minder gelukkig te zijn. Dit negatieve gevoel neemt af naarmate het inkomen toeneemt. Van de groep personen met de hoogste huishoudensinkomens is nog maar 10% minder gelukkig.

Beperkte rol van geslacht, leeftijd en opleiding
Rekening houdend met de verschillen in gezondheid, burgerlijke staat, etniciteit en inkomen, verschillen mannen niet van vrouwen in geluksgevoelens. Ook de rol van leeftijd en opleidingsniveau is dan beperkt. In beginsel neemt het geluksgevoel iets toe met toenemende opleiding, maar wordt het minder met het klimmen van de jaren.

bron:CBS