Selecteer een pagina

Het Gerechtshof te Amsterdam heeft vandaag
in hoger beroep uitspraak gedaan in het kort geding van Abraham
Moszkowicz tegen Jort Kelder en Quote Magazines B.V. Het gaat in
deze zaak om een aantal uitlatingen over Moszkowicz die door Kelder
in een radio-interview en op de website Quotenet zijn gedaan.
Moszkowicz meent dat die uitlatingen onrechtmatig zijn omdat ze
zijn goede naam en integriteit als advocaat aantasten. Hij heeft in
dit geding onder meer gevorderd Kelder te verbieden zich verder
onrechtmatig over hem uit te laten, alsmede rectificatie en
schadevergoeding. Eerder had de voorzieningenrechter van de
rechtbank te Amsterdam bij vonnis van 15 februari 2007 de vordering
afgewezen.

Het hof wijkt in zoverre af van het vonnis
van de rechtbank, dat het oordeelt dat het onrechtmatig is om
Moszkowicz een ‘maffiamaatje’ te noemen. Met die term
heeft Kelder zich onnodig grievend uitgelaten en zich onvoldoende
rekenschap gegeven van de te verwachten gevolgen daarvan voor
Moszkowicz als advocaat. De overige uitlatingen van Kelder zijn
volgens het hof niet onrechtmatig. Het hof heeft daarbij in
aanmerking genomen dat partijen zich over en weer in minder
vleiende bewoordingen over elkaar hebben uitgelaten en dat
Moszkowicz de door Kelder en anderen geuite kritiek in belangrijke
mate over zichzelf heeft afgeroepen door zijn (voormalige) dubbele
positie als advocaat van zowel Willem Endstra als Willem Holleeder,
die ervan wordt verdacht Endstra te hebben afgeperst. De
beschuldigingen van Kelder, onder andere dat Moszkowicz
vriendschappelijke betrekkingen onderhoudt met personen uit de
onderwereld, worden voldoende door feiten ondersteund en zijn
volgens het hof in het licht van de omstandigheden niet onnodig
grievend. Het is aan Kelder niet te verwijten dat Moszkowicz
uiteindelijk heeft besloten de verdediging van Holleeder in diens
strafzaak neer te leggen, aldus het hof.

Het door Moszkowicz gevorderde verbod is
volgens het hof te algemeen geformuleerd. Bovendien is voorshands
onvoldoende aannemelijk geworden dat hem door onrechtmatig handelen
van Kelder reputatieschade is toegebracht. Het hof heeft daarom
beslist dat de vorderingen van Moszkowicz, waaronder die tot
rectificatie, terecht zijn afgewezen en heeft het eerdere vonnis
van de rechtbank in zoverre in stand gelaten.

Bron: Gerechtshof Amsterdam