De canon van Nederland, bestaande uit
vijftig onderwerpen (vensters) uit de Nederlandse cultuur en
geschiedenis, wordt opgenomen in de kerndoelen van het primair
onderwijs (bovenbouw) en voortgezet onderwijs (onderbouw). Dat
heeft het kabinet besloten op advies van de canoncommissie onder
voorzitterschap van Frits van Oostrom. Dat betekent dat alle
leerlingen van acht tot veertien jaar zich kennis moeten verwerven
van de vijftig vensters. Dat zou kunnen vanaf het schooljaar
2008-2009; de feitelijke ingangsdatum wordt samen met scholen
bepaald.

De canon moet leiden tot meer verdieping
van de kennis over ons verleden. De commissie presenteerde haar
vijftig vensters al eerder, maar heeft op verzoek van het vorige
kabinet een half jaar reacties verzameld op haar voorstellen. De
reacties waren voornamelijk positief; de kritische opmerkingen
hebben tot enkele aanpassingen geleid. Zo is één
venster vervangen: boekdrukkunst moet plaats maken voor de
wetenschapper Christiaan Huygens. Ook zijn de hoofdlijnen, het
raamwerk rondom de vensters, scherper aangezet om de samenhang
tussen de vensters te versterken.

De verantwoordelijkheid voor de
inhoudelijke keuzes ligt geheel bij de commissie. Het kabinet
spreekt daar geen oordeel over uit.

De belangrijkste aanbevelingen uit het
advies worden overgenomen. Om de canon-kerndoelen op een voor
leerlingen aantrekkelijke manier in het onderwijs te integreren,
zijn enkele ondersteunende maatregelen nodig. Zo is goede
nascholing van essentieel belang omdat leraren bij de invoering van
de canon een centrale rol spelen. De meest betrokken
lerarenorganisaties worden uitgenodigd zelf een
‘canoncursus’ te ontwikkelen. De kosten van deelname
aan de cursus kunnen betaald worden uit de 100 miljoen euro die
eerder vrijgemaakt zijn voor professionalisering van leraren.

Een tweede aanbeveling die wordt
opgevolgd, is het financieel mogelijk maken van een verdere uitbouw
van de canonwebsite voor leraren en leerlingen.

In het najaar wordt een Dag van de Canon
georganiseerd om de samenwerking tussen culturele en
onderwijsorganisaties rondom de canon te versterken. In alle
provincies en de vier grote steden zullen alle betrokken partijen
worden uitgenodigd om kennis en ervaringen uit te wisselen. Blijkt
zo’n dag nuttig en succesvol, dan wordt deze Dag mogelijk
jaarlijks herhaald, al dan niet verbonden aan de Week van de
Geschiedenis.

Het voorstel om een nieuw, afzonderlijk
Willem van Oranjefonds op te richten neemt het kabinet niet over.
Nieuwe initiatieven wil het kabinet laten honoreren via het
programmafonds cultuurparticipatie.

bron:OCW