Gevangenisstraf en geldboetes voor computerhackers



De rechtbank Breda legt aan twee
computerhackers gevangenisstraffen en geldboetes op. De rechtbank
acht bewezen dat beide mannen zich in de periode van juni tot
oktober 2005 op grote schaal schuldig hebben gemaakt aan
computercriminaliteit. Zij hebben met behulp van een virus een
netwerk van uiteindelijk miljoenen besmette computers opgezet.
Langs deze weg hebben zij betaalgegevens van derden verkregen
waarmee B. via internet allerlei luxe apparatuur heeft besteld.
Daarnaast is sprake van (poging tot) afpersing van
internetbedrijven. Hacker B. wordt veroordeeld tot twee jaar
gevangenisstraf, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een
proeftijd van drie jaar, en een geldboete van 9.000 euro. Hacker C.
wordt veroordeeld tot anderhalf jaar gevangenisstraf, waarvan 6
maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een
geldboete van 4.000 euro.

De rechtbank acht bewezen dat B. een
virus, genaamd Toxbot, heeft ontwikkeld. Beide mannen hebben in
2005 met behulp van dit virus een zogenoemd
‘botnetwerk’ van uiteindelijk miljoenen besmette
computers opgezet. Via dit virus werden toetsaanslagen van de
gebruikers van de besmette computers vastgelegd, waardoor B. de
beschikking kreeg over inlog- en wachtwoordgegevens van Paypal- en
Ebay-accounts.

Met valse persoonsgegevens en vervalste
Ebay- en Paypalaccounts heeft B. via internet diverse producten
besteld, waaronder geluidsboxen, Playstations, Ipods, een
videokaart en een fotocamera.Daarnaast heeft B. samen met een
mededader een zogenoemde ‘trojan’ onder de naam
Wayphisher gemaakt en geïnstalleerd op de besmette computers,
met behulp waarvan inloggegevens voor online bankieren werden
onderschept.

Ook hebben beide mannen - overigens zonder
succes - gepoogd het bedrijf MediaTickets af te persen voor een
bedrag van ongeveer 2.100 dollar. B. bedreigde dit bedrijf met het
uitschakelen van zijn internetserver. Beide mannen maakten deze
server vervolgens ook daadwerkelijk onbereikbaar. Daarnaast heeft
C. het bedrijf Loudcash met het uitschakelen van zijn
internetserver een bedrag van 2.652 Euro afgeperst. Tot slot had B.
een verboden wapen in bezit, en heeft C. zich schuldig gemaakt aan
diefstal van electriciteit van energiebedrijf Eneco.

De verdediging heeft aangevoerd dat in het
dossier van deze zaak geen enkele aangifte is opgenomen en ook geen
enkele gehackte computer is gepresenteerd. Volgens de rechtbank is
dit ook niet noodzakelijk voor het bewijs. Als - zoals hier - uit
onderzoek door de politie is gebleken dat vanuit een server
opdracht is gegeven aan pc's om een virus te downloaden, waarna
deze pc's contact zoeken met de server en er handelingen blijken
te zijn verricht die in het virus staan omschreven, kan de
conclusie geen andere zijn dan dat deze pc's zijn besmet.
Onderzoek van die pc's of aangifte van de eigenaars is dan geen
vereiste voor het bewijs.

De rechtbank ziet B. als de initiator van
de strafbare feiten. C. heeft hem intensief geholpen met de
verspreiding van het virus en het onderhouden van het
botnetwerk.Het is volgens de rechtbank aan politie en justitie te
danken dat het in deze zaak aangetoonde feitelijke misbruik
relatief beperkt is gebleven. B. was immers al druk doende om het
virus en de trojan verder te exploiteren.

De rechtbank overweegt dat met acties als
deze grote inbreuk wordt gemaakt op het nog steeds toenemende
economische belang van de informatie- en communicatietechnologie en
het maatschappelijke belang van het internet en daarmee
samenhangende toepassingen.

De officier van justitie had tegen B. drie
jaar gevangenisstraf geëist, waarvan 6 maanden voorwaardelijk
en met een proeftijd van 2 jaar. Tegen C. had hij twee jaar
gevangenisstraf geëist, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met
een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarde
reclasseringscontact. B. had een blanco strafblad, C. was al eerder
veroordeeld voor vermogensdelicten en vernieling.

De opgelegde onvoorwaardelijke straffen
zijn gelijk aan de tijd die verdachten in voorarrest hebben
doorgebracht, zodat zij nu niet opnieuw de gevangenis in hoeven.
Hiermee wil de rechtbank beide mannen de kans geven hun leven weer
op te pakken. Om de ernst van de feiten extra te benadrukken is
daarnaast een geldboete opgelegd. Omdat de rechtbank er niet gerust
op is dat B. het verwerpelijke van zijn handelen inziet, is een
lange voorwaardelijke straf opgelegd met de maximale proeftijd. Bij
het bepalen van het voorwaardelijke deel van de straf van C. speelt
het advies van de reclassering een belangrijke rol.

De rechtbank verplicht B. en C. ook tot
betaling aan de Staat van 16.827,50 respectievelijk 2.652 euro, ter
ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Bron: Rechtbank Breda



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: