De rechtbank Utrecht heeft een inwoner van
Renswoude veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden wegens
verkrachting van een minderjarige vrouw. De veroordeelde man was
ten tijde van het gebeurde – in de periode tussen 1996 en
1999 – leraar van de vrouw. De vordering van de benadeelde
partij tot een bedrag van vijfduizend euro wees de rechtbank
eveneens toe.

De officier van justitie had twee weken
geleden een voorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden, een
werkstraf van 240 uur en een ontheffing uit het ambt van leraar
geëist. De rechtbank legt echter een fors hogere straf op dan
was gevorderd, omdat de eis naar het oordeel van de rechtbank geen
recht doet aan de ‘ernst, aard en duur van de misdrijven, de
gevolgen die deze voor het slachtoffer hebben gehad en de
maatschappelijke onrust die deze te weeg hebben
gebracht.’

‘De verdachte heeft zich eerst als
sportleraar en daarna als ‘vertrouwenspersoon’
gedurende enige jaren vergrepen aan zijn (voormalige) leerlinge,
die toen nog niet meerderjarig was. Verdachte is bij herhaling op
verschillende wijzen binnengedrongen in het lichaam van het
slachtoffer. Daarbij is niet alleen inbreuk gemaakt op de
lichamelijke integriteit van het slachtoffer, maar is tevens schade
toegebracht in psychische zin’, aldus de rechtbank.

De verdediging had aangevoerd dat aan de
betrouwbaarheid van de verklaringen van het slachtoffer kan worden
getwijfeld. De rechtbank deelde die mening niet.

Bron: Rechtbank Utrecht