De Nederlandse economie groeide in 2006
met 2,9 procent. Aan deze groei hebben de goederenproducenten 0,4
procentpunt bijgedragen. De productie van de landbouw,
delfstoffenwinning en de nutsbedrijven was lager, terwijl in de
industrie en de bouwnijverheid de productie aantrok. Dat blijkt uit
berekeningen van het CBS.

Minder aardgas afgezet

Door de lagere aardgasproductie heeft de
delfstoffenwinning voor 0,1 procentpunt negatief bijgedragen aan de
economische groei. Mede onder invloed van het warme weer nam de
winning van aardgas in het tweede halfjaar sterk af. Hierdoor
daalde de productie van de delfstoffenwinning met meer dan 2
procent.

Landbouwproductie iets gedaald

Door tegenvallende opbrengsten in de
akkerbouw en tuinbouw was ook de bijdrage van de landbouw in 2006
negatief. Van grote invloed waren de extreme weersomstandigheden.
Droogte en hitte in juli werden gevolgd door overvloedige neerslag
in augustus. Het groeicijfer van de landbouw blijft al decennia
gemiddeld achter bij de totale economische groei, waardoor het
aandeel van de landbouw in de Nederlandse economie terugliep van 4
procent in 1987 naar 2 procent in 2006.

Productie industrie aangetrokken

De productie in de industrie is voor een
belangrijk deel gestimuleerd door de sterke toename van de
bedrijfsinvesteringen. De machinebouw- en de
transportmiddelenindustrie profiteerden van de grote vraag naar
machines en bedrijfsauto’s. Ook voor de producenten van
chemische basisproducten was 2006 een goed jaar. De productie van
de industrie groeide met ruim 2 procent, vooral door de opleving in
het vierde kwartaal.

Sterke groei bouwnijverheid

Onder de goederenproducenten groeide in
2006 de bouwnijverheid het sterkst. De productie is 5 procent
gestegen. Vooral de burgerlijke en utiliteitsbouw en de grond-,
weg- en waterbouw hebben goed gepresteerd. Er zijn 8 procent meer
nieuwe woningen opgeleverd dan in 2005.

Merendeels hogere inkomens

De inkomens van de goederenproducenten
zijn gestegen. Dit komt voornamelijk door de hogere aardgasbaten in
de delfstoffenwinning. Maar ook de landbouw, de bouwnijverheid en
de nutsbedrijven hebben meer winst gemaakt. Deze producenten
profiteerden van een gunstiger verhouding tussen verkoop- en
inkoopprijzen. Bovendien zijn de arbeidskosten minder hard gegroeid
dan de productiewaarde.

In de industrie is het inkomen
teruggelopen, hetgeen grotendeels komt door ongunstige
prijsontwikkelingen in de aardolie- en chemische
eindproductenindustrie.

bron:CBS