Grenscontroles kunnen niet goed gebruikt worden voor het bestrijden van terrorisme. Dat komt onder meer doordat controles aan de Nederlandse grenzen van goederen en personen gescheiden werelden zijn. Verder worden diverse groepen reizigers en goederen niet gecontroleerd en is informatie over binnenkomende schepen of vliegtuigen vaak nog onvoldoende of niet op tijd beschikbaar. Dit staat in het rapport Gebruik van grenscontroles voor terrorismebestrijding van de Algemene Rekenkamer.

Grenscontroles en terrorismebestrijding
De aanslagen van 11 september 2001 in de VS zijn geanalyseerd door The National Commission on Terrorist Attacks Upon the United States. Deze onafhankelijke onderzoekscommissie concludeert dat gijzelnemers door de mand hadden kunnen vallen als aan de grens beter was gelet op het gebruik van valse paspoorten. De autoriteiten hadden vier tot vijftien van de gijzelnemers kunnen onderscheppen door analyse van reisdocumenten en reispatronen. Verder hadden ze drie gijzelnemers kunnen identificeren door meer gebruik te maken van informatie in de aanwezige opsporingsregisters.

Terrorismebestrijding in Nederland
Na 11 september 2001 heeft de minister van Justitie, verantwoordelijk voor
terrorismebestrijding, beleid op dit terrein ontwikkeld. Hij heeft daarbij als
uitgangspunt geformuleerd dat grenscontroles gezien kunnen worden als à©à©n
van de instrumenten om terroristische aanslagen te voorkomen. De Algemene Rekenkamer heeft onderzocht in hoeverre grenscontroles inmiddels een rol spelen in de strijd tegen het terrorisme.

Wetgeving is niet toegesneden op terrorismebestrijding
Volgens Europese regels en de Nederlandse uitwerking daarvan hoeven niet alle reizigers en goederen gecontroleerd te worden. Er gelden uitzonderingen voor de visserij en de pleziervaart. Bovendien mogen zeelieden aan wal, zonder dat ze vooraf gecontroleerd worden. Voor goederencontroles zijn vrijwel geen Europese en nationale wettelijke controlenormen bepaald. Een beperking van het goederensysteem is verder dat sommige lidstaten minder strenge regels hanteren bij de invoer van wapens en munitie. Eenmaal binnen de EU kunnen deze wapens vrijelijk bewegen tussen de lidstaten.

Beperkingen in de controle van goederen en personen in Nederland Verschillende plaatsen in Nederland waar goederen de EU mogen worden binnengebracht, zijn niet tevens controleposten voor personen (ofwel doorlaatposten). Het is onduidelijk hoe
daar de controle van bemanningen en van eventuele passagiers geregeld is. Beide terreinen zijn nog gescheiden werelden, ook op het niveau van wet- en regelgeving.

Een ander probleem vormen de zeehavens en kleinere luchthavens waar geen grenscontrole plaatsvindt, zoals de havens op de waddeneilanden. Onduidelijk is welke risico's er op die plekken zijn, hoe ze kunnen worden afgedekt en wat daarvoor nodig is aan personeel, materieel en informatie. De Algemene Rekenkamer beveelt de betrokken bewindspersonen aan duidelijk te maken welk handhavingsniveau zij passend vinden voor de onder Nederlands gezag vallende  grenzen en hoe zij willen omgaan met zwakke plekken in het systeem van grenscontroles.

Kwaliteit grenscontrole kan beter
De Douane, de Zeehavenpolitie en de Koninklijke Marechaussee kunnen niet alle personen en goederen controleren die de grens passeren. De Algemene Rekenkamer meent dat ze wel zicht moeten hebben op personen en goederen die mogelijk een risico vormen. Dit is niet altijd het geval. Dit komt onder meer omdat informatie over binnenkomende schepen of vliegtuigen onvoldoende of niet op tijd beschikbaar is. Bovendien wordt niet alle beschikbare informatie (zoals opsporingsinformatie) betrokken bij de grenscontroles. De kwaliteit van de grensbewaking en de hoeveelheid uit te voeren controles staan ook onder druk vanwege personele knelpunten bij de Koninklijke Marechaussee.

Reactie bewindspersonen en nawoord
De bewindspersonen (ministers van Justitie, voor Vreemdelingenzaken en Integratie
(V&I), van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie en de
staatssecretarissen van Financiën en van Economische Zaken) herkennen veel van
hetgeen in het rapport gesteld wordt. Zij benadrukken echter dat een volledig beschermde samenleving niet kan worden gerealiseerd en dat het verbeteren van grenscontroles geen garantie vormt voor het voorkomen van terroristische activiteiten. De Algemene Rekenkamer constateert in haar nawoord dat de bewindspersonen niet veel concrete toezeggingen voor verbetering doen. Wel zal de minister van V&I in EU-verband de mogelijkheid aankaarten dat ook EU-onderdanen in de opsporingsregisters gesignaleerd kunnen worden.

bron:Algemene Rekenkamer