Selecteer een pagina

Op 1 januari 2007 telde Nederland bijna
568 duizend motorrijwielen, 15 duizend meer dan een jaar eerder.
Bijna de helft van het motorfietsenpark staat geregistreerd in
Zuid-Holland, Noord-Brabant en Noord-Holland. Het motorbezit lijkt
ook steeds minder aantrekkelijk onder jongeren. Nog geen 10 procent
van alle motorrijwielen staat op naam van personen beneden de 30
jaar. Dat blijkt uit de tellingen van het CBS.

Laagste groei sinds 1998

In 2006 zijn 15 duizend motorfietsen
verkocht, het laagste aantal sinds jaren. In het topjaar 2000
werden nog 20 duizend motorfietsen verkocht. De groei van het park
motorfietsen neemt langzaam af. Tussen 1998 en 2003 nam het aantal
motoren jaarlijks toe met 5 procent, daarna nam de groei
geleidelijk af, tot 2,7 procent in 2006. Een derde van alle
motorfietsen is jonger dan 10 jaar, ruim de helft is jonger dan 15
jaar.

Regionale concentratie

Bijna de helft van alle motorrijwielen
staat geregistreerd in slechts drie provincies, namelijk in
Zuid-Holland (16 procent), in Noord-Brabant (16 procent) en in
Noord-Holland (15 procent).

In de periode 1998-2007 groeide het aantal
motorrijwielen het snelst in de drie noordelijke provincies
(Friesland, Groningen en Drenthe) met een gemiddeld
stijgingspercentage van 67 procent. In de drie zuidelijkste
provincies (Zeeland, Noord-Brabant en Limburg) werd het motorpark
in dezelfde periode anderhalfmaal zo groot.

Vergrijzing onder motorbezitters

De afnemende groei van het park motoren
komt mede door een verminderde belangstelling voor motorrijden in
de jongere leeftijdsklassen. In 2007 was nog geen 10 procent van
alle motorfietsen in bezit van twintigers, in 2000 gold dat nog
voor 20 procent van het park. Inmiddels is bijna tweederde van alle
motoreigenaren ouder dan veertig jaar en lijkt sprake van een
zekere vergrijzing.

bron:CBS