Handvestgroep Publiek Verantwoorden publiceert rapport CWI



Het getuigt van moed om zich met zoveel transparantie kwetsbaar op te stellen relatief kort na een startfase in een buitengewoon dynamische en complexe omgeving. Dit is kenmerkend voor CWI. Aldus luidt één van de bevindingen van het Visitatiecollege Publiek Verantwoorden in zijn rapport over het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI), dat vandaag openbaar is gemaakt.  

In januari 2005 is CWI als vijfde zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) onderzocht door het Visitatiecollege Publiek Verantwoorden. Eerder waren het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), het Kadaster, de IB-Groep en de RDW al aan de beurt. Het Visitatiecollege Publiek Verantwoorden is een onafhankelijk College dat in wisselende samenstelling de visitaties uitvoert. De visitatie van CWI is uitgevoerd door prof. dr. Roel in .t Veld (voorzitter RMNO), mr. Hein van Oorschot (voorzitter College van Bestuur Universiteit van Tilburg) en drs. Francine Giskens. De twee andere leden van het visitatiecollege zijn mr. Vera Keur (voorzitter VARA) en mr. Harm Bruins Slot (voorzitter Raad van Bestuur van de Publieke Omroep). Het College heeft zijn bevindingen wederom vastgelegd in een rapport en heeft dit aangeboden aan de Handvestgroep Publiek Verantwoorden. In het rapport dat vandaag openbaar is gemaakt, is te lezen hoe het College de ontwikkelingen van het CWI op het gebied van publiek verantwoorden beoordeelt. 
 
Het Visitatiecollege deelt de waardering die externe stakeholders van CWI uitspreken over de indrukwekkende prestaties die in de afgelopen drie jaar zijn bereikt in een complexe politiek-bestuurlijke omgeving. Het getuigt ook van moed dat het CWI zich zo kort na het ontstaan met zoveel transparantie kwetsbaar op wil stellen. Deze openheid naar de omgeving, zo heeft het College geconstateerd is kenmerkend voor CWI.  
 
Verbeterpunten ziet het College onder meer in de gehanteerde kwaliteitsnormen en prestatie-indicatoren, die nog onvoldoende inzicht geven in de kwaliteit van de dienstverlening aan de klanten. Een deel van de externe partijen waamee het College gesproken heeft, heeft aangegeven weinig zicht te hebben op de feitelijke effectiviteit van CWI. Het College constateert bovendien overlap en dubbel werk in de keten van werk en inkomen. Daarnaast zou het wenselijk zijn om de taken van CWI te verbreden en nog meer te investeren in het transparant maken van de arbeidsmarkt. Ten slotte wijst het Visitatiecollege erop dat er in de Cliëntenraden uitsluitend een vertegenwoordiging is opgenomen van werkzoekenden en dat werkgevers geen vaste, geformaliseerde plaats hebben.  
 
De Raad van Bestuur CWI vindt de observaties van het College herkenbaar en bemoedigend en voelt zich gesterkt om op de ingeslagen weg verder te gaan naar een klantgestuurde organisatie. Om te voorkomen dat de sturing zich alleen richt op beleidseffecten of kwaliteitsindicatoren probeert CWI bij het stellen van streefwaarden een evenwicht tussen prestatie-indicatoren te bereiken.Verder is klanttevredenheid een belangrijke factor in de sturing en wordt het meetinstrumentarium op dit terrein uitgebreid en verfijnd (o.a. met frequente klanttevredenheidsonderzoeken) om het belang van de klant een prominente rol te laten spelen in de ontwikkeling van de dienstverlening. In de loop van dit jaar zullen verschillende initiatieven worden ontwikkeld om de prestaties van CWI op het terrein van arbeidsbemiddeling beter zichtbaar te maken. Verder probeert CWI onder andere door het instellen van gezamenlijke teams van CWI-, UWV- en sociale dienstmedewerkers overlap en dubbel werk in de keten van werk en inkomen te voorkomen. CWI gaat verder met het transparanter maken van de arbeidsmarkt en daarnaast worden de contacten met onderwijsinstellingen versterkt. Ten slotte voert CWI al geruime tijd periodiek overleg met vertegenwoordigers van landelijke werkgeversorganisaties, waardoor ook de belangen van deze klantgroep in het beleid van CWI tot uitdrukking komen. 
 
In november 2000 hebben het COA, de IB-Groep, het Kadaster, de RDW en Staatsbosbeheer het Handvest Publieke Verantwoording ondertekend. Daarna zijn de Sociale Verzekeringsbank (SVB), het College voor Zorgverzekeringen (CVZ), het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Centrale Financiën Instellingen (Cfi) toegetreden. 
In het Handvest geven deze ZBO.s en agentschappen aan dat ze zich niet willen beperken tot het afleggen van verantwoording die nodig is voor uitoefening van de ministeriële verantwoordelijkheid, maar zich ook publiek willen verantwoorden voor hun handelen en voor de kwaliteit van de dienstverlening. 
 
De beginselen uit het Handvest zijn geconcretiseerd in het zogeheten .Tastbaar Arrangement.. Het arrangement voorziet in een instrument waarmee organisaties hun relatieve positie op het gebied van publieke verantwoording kunnen bepalen. Publiek Verantwoorden wordt hierin opgevat als leerproces. Dit leerproces start met een zelfevaluatie door het ZBO of agentschap. Deze zelfevaluatie omvat een positiebepaling voor vier thema.s, te weten: kwaliteit, prijs/prestatie, responsief handelen/participatie en transparantie. 
 
Nadat de evaluatie is afgerond, bezoekt het Visitatiecollege het ZBO of agentschap. Het Visitatiecollege vormt zich een oordeel op basis van de verkregen informatie en spreekt zich in zijn aanbevelingen uit over de gewenste leercurve. Het College richt zich in zijn aanbevelingen in het bijzonder op de relaties tussen en mogelijke discrepanties in de instrumentatie en operationalisering van de thema.s uit het Handvest. 
 
In de volgende jaren zal de gevisiteerde organisatie hieraan invulling geven, waarna het College (tenminste eens in de vier jaar) de organisatie weer bezoekt om vast te stellen in welke mate de ambities van de organisatie zijn waargemaakt. 
 
bron:RDW



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: