Hof Amsterdam beslist proefprocedures over verzwegen Luxemburgse bankrekeningen



Eind 2001 is de Belastingdienst een onderzoek gestart naar Nederlandse belastingplichtigen die buitenlandse bankrekeningen hadden verzwegen. Aanleiding voor dit ‘Rekeningenproject’ waren kopieën van microfiches van de Kredietbank Luxemburg (KB-Luxbank) die de Belgische belastingautoriteiten aan de FIOD hadden gezonden. Die microfiches waren gestolen door werknemers van de KB-Luxbank. Hoe ze in handen van de Belgische overheid waren gekomen is altijd onduidelijk gebleven.

De Nederlandse Belastingdienst heeft van enkele duizenden microfiches kunnen achterhalen wie de Nederlandse rekeninghouders waren. De inspecteur heeft deze mensen aangeschreven en er bij hen onder strafdreiging op aangedrongen gegevens en inlichtingen over al hun buitenlandse bankrekeningen te verstrekken. Een groot aantal heeft onder voorbehoud de gegevens van de verzwegen bankrekeningen aan de inspecteur verstrekt. Aan hen zijn aanslagen opgelegd over twaalf jaren, met een boete van 50%. Tegen die aanslagen is beroep ingesteld bij de Belastingkamer van Hof Amsterdam.

Tussen advocatenkantoor NautaDutilh en de Belastingdienst is afgesproken dat enkele proefprocedures zullen worden gevoerd.  Woensdag, 18 januari 2006, heeft de Belastingkamer een beslissing gegeven in de twee voor het gerechtshof Amsterdam gevoerde proefprocedures.
In de eerste procedure heeft het Hof beslist dat de Belastingdienst op basis van de uit België verkregen kopieën van microfiches een onderzoek mocht starten naar verzwegen bankrekeningen. Het maakt niet uit dat die gegevens van diefstal afkomstig waren en op onduidelijke wijze in handen van de Belgische overheid waren gekomen: de belastinginspecteur mag bij zijn onderzoek ook gebruik maken van strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs. Daarbij mag de inspecteur de geïdentificeerde rekeninghouders onder druk verplichten om mee te werken. Ook het Luxemburgse bankgeheim helpt hen niet.
De verklaringen die onder die druk zijn afgelegd, mogen echter niet worden gebruikt voor het opleggen van een boete. Maar die boete mag wel worden gebaseerd op de bankafschriften die samen met die verklaringen zijn verstrekt. Het recht op een eerlijk proces is volgens het Hof niet geschonden. Wel wordt de boete met 10% verlaagd vanwege de lange duur van de procedure.
In een tweede proefprocedure ging het om de vraag of de rekeninghouder in januari 2002 nog vrijwillig zijn belastingaangiften over oude jaren kon verbeteren. In dat geval wordt alleen de belasting nagevorderd, zonder boete. Deze rekeninghouder had al aan zijn advocaat opdracht gegeven om zijn fiscale ‘inkeer’ bij de inspecteur te melden. Maar terwijl de advocaat nog – op anonieme basis – bij de inspecteur aftastte of dan geen verdere strafvervolging mogelijk was, kreeg de rekeninghouder een brief dat de Belastingdienst zijn verzwegen buitenlandse rekening op het spoor was. Het Hof besliste dat de rekeninghouder net ‘op tijd’ (vóór lezing van de brief) vrijwillig volledige opening van zaken had proberen te geven. Dus moest de boete vervallen.
Naar verwachting zal in beide zaken beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Bron: Gerechtshof Amsterdam 



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: